Terug naar soorten

Ekster

Pica pica Kraaien

Broedvogel
68jaren
3233territoria
147hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Ekster staand op een boomstronk tussen hoog gras
Foto: Rhododendrites CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Ekster

Opname: Oona Räisänen (Mysid) · Wikimedia Commons · Public domain · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Ekster is een zwart-witte kraaiachtige met een lange staart en een groen-blauwe metaalglans. Hij is een veelzijdige alleseter. Behalve insecten, zaden en afval staan ook eieren en jonge vogels op het menu, zonder dat dit hem tot een uitzonderlijke bedreiging voor zangvogels maakt.

Voorkomen

Landelijk nam de broedpopulatie sinds 1990 af, maar recent is enig herstel zichtbaar. Veel Eksters verplaatsten zich naar bebouwd gebied. In Meijendel bereikte de soort haar hoogste aantallen in de jaren tachtig en negentig, gevolgd door een langdurige en sterke afname.

Achtergrond

Het grote takkennest heeft vaak een dak en kan meerdere jaren worden gebruikt. Predatie door de Havik, concurrentie met Zwarte Kraai en veranderingen in het voedselaanbod kunnen bijdragen aan regionale afnames. Voor Meijendel kan niet één oorzaak als bewezen verklaring worden aangewezen.

Bescherming

Gevarieerde bosranden, open voedselterreinen en hoge nestbomen zijn belangrijk. Bestrijding vanwege vermeende schade aan zangvogels is ecologisch niet gerechtvaardigd.

Bron: Sovon – Ekster.

Vogelkenmerken

Zwart-witte kraaiachtige, zeer intelligent en aangepast aan menselijke omgeving.

Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Putter-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, boom. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0