Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Bonte Kraai
Opname: Qypchak · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bonte Kraai heeft een grijs lichaam met een zwarte kop, borst, vleugels en staart. Bouw, roep en gedrag lijken sterk op die van de Zwarte Kraai. Beide worden als afzonderlijke soorten beschouwd, maar kunnen waar hun verspreidingsgebieden elkaar raken onderling paren en vruchtbare jongen krijgen.
Voorkomen
Bonte Kraaien broeden voornamelijk in Noord- en Oost-Europa. Midden in de twintigste eeuw overwinterden nog grote aantallen in Nederland. Daarna nam de trek naar West-Europa sterk af en inmiddels is de soort hier een zeldzame wintergast en doortrekker. In Meijendel gaat het om incidentele waarnemingen. Een recente registratie voldeed eenmaal aan de criteria voor een territorium, maar een broedgeval werd niet aangetoond.
Achtergrond
Het nest is een stevige kom van takken, bekleed met zacht materiaal, meestal hoog in een boom. Het vrouwtje broedt en beide ouders voeren de jongen. Nederlandse broedgevallen zijn uitzonderlijk en betreffen vaak een mengpaar met een Zwarte Kraai of vogels met hybride kenmerken.
Bescherming
Bij een territoriale Bonte Kraai is zorgvuldige documentatie nodig van verenkleed, gedrag en de eventuele partner. Een mogelijke broedplaats moet tegen verstoring worden beschermd. Voor Meijendel zijn geen speciale beheermaatregelen nodig zolang de soort alleen incidenteel verschijnt.
Bron: Sovon – Bonte Kraai.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids