Terug naar soorten

Gaai

Garrulus glandarius Kraaien

Broedvogel
67jaren
3706territoria
112hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Gaai zittend op een boomtak
Foto: Luc Viatour CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Gaai

Opname: Vladimir Yu. Arkhipov, Arkhivov · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Gaai is een grijsbruine kraaiachtige met een opvallend blauw vleugelveld. Eikels vormen een belangrijk deel van het voedsel. Hij verstopt ze als wintervoorraad en draagt daardoor bij aan de verspreiding van eiken.

Voorkomen

De Gaai breidde zich vanuit bosgebieden uit naar West-Nederland, parken en groene woonwijken. Landelijk nam de broedpopulatie op lange termijn toe en is zij recent stabiel. In Meijendel volgde na een langdurige stijging een duidelijke afname.

Achtergrond

Nederlandse Gaaien zijn vooral standvogels. In sommige najaren arriveren echter grote aantallen uit Noord- en Oost-Europa. Buiten de opvallende alarmroep heeft de Gaai ook een zachte, gevarieerde zang en kan hij andere vogels imiteren.

Bescherming

Gevarieerd bos met eiken, dichte nestgelegenheid en struikrijke randen biedt het beste leefgebied. Oude loofbomen en een natuurlijke bosontwikkeling moeten worden behouden.

Bron: Sovon – Gaai.

Vogelkenmerken

Slimme bosvogel, verstopt eikels en waarschuwt luid bij gevaar.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Vink-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 80%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0