Terug naar soorten

Kauw

Coloeus monedula Kraaien

Broedvogel
59jaren
3434territoria
206hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Kauw staand op de leuning van een houten bank
Foto: Karl Jonsson from Göteborg, Sweden CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kauw

Opname: QWerk · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kauw is een compacte kraaiachtige met een grijze nek, licht oog en korte snavel. Kauwen leven sociaal, vormen vaak paren voor het leven en zoeken gezamenlijk naar insecten, zaden, voedselresten en ander eetbaar materiaal.

Voorkomen

De soort broedt vooral in gebouwen, boomholten en plaatselijk in kolonies. Landelijk nemen de aantallen de laatste jaren af. In Meijendel begon de daling al in de jaren negentig en ligt de stand duidelijk lager dan in de voorafgaande periode.

Achtergrond

In het duin kunnen Kauwen gebruikmaken van oude spechtenholen en zelfs van konijnenholen. Buiten de broedtijd verzamelen ze zich met soortgenoten en andere kraaiachtigen op gemeenschappelijke slaapplaatsen.

Bescherming

Behoud van oude holtebomen en toegankelijke nestplaatsen in gebouwen is belangrijk. Bij overlast moeten openingen pas na het broedseizoen en na controle op bewoning worden afgesloten; geschikte vervangende nestplaatsen verdienen de voorkeur.

Bron: Sovon – Kauw.

Vogelkenmerken

Sociale kleine kraaiachtige, broedt vaak in gebouwen en schoorstenen.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep); Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol, nestkast, gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: kort/middel.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0