Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Houtduif
Opname: Oona Räisänen (Mysid) · Wikimedia Commons · Public domain · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Houtduif is de grootste Nederlandse duif. Hij is grijs met een roze borst en heeft bij volwassen vogels een opvallende witte halsvlek. In de vlucht zijn witte banden op de vleugels zichtbaar. Houtduiven eten vooral zaden, graan, klaver, knoppen en bessen. Het eenvoudige takkennest bevat meestal twee eieren. Beide ouders broeden en voeden de jongen.
Voorkomen
Houtduiven broeden in bossen, parken, tuinen en landbouwgebied. Landelijk namen de aantallen in bosrijke streken en op zandgronden af, terwijl de soort zich juist steeds beter in steden vestigde. In Meijendel groeide de populatie aanvankelijk sterk, maar vanaf de jaren negentig volgde een forse en langdurige afname.
Achtergrond
Tijdens de balts stijgt het mannetje klapperend op, om daarna met stijve vleugels naar beneden te glijden. Het nest oogt vaak zo dun dat de eieren er van onderaf doorheen te zien zijn. Toch kan een paar meerdere broedsels per jaar grootbrengen. Predatie kan invloed hebben op de lokale stand, maar verklaart de afname waarschijnlijk niet alleen.
Bescherming
De soort profiteert van gevarieerde bosranden, struiken, voedselrijke graslanden en rustige nestplaatsen. Behoud van afwisseling tussen bomen, open terrein en kruidenrijke begroeiing is gunstiger dan eenvormig bos- of groenbeheer.
Bron: Sovon – Houtduif.
Vogelkenmerken
Grote algemene duif, leeft in bossen, parken en landbouwgebied.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Houtduif-groep, Vink-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: boom. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0