Terug naar soorten

Holenduif

Columba oenas Duiven

Broedvogel
45jaren
511territoria
23hoogste jaar

1977 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Holenduif staand op een stenen rand
Foto: MPF CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Holenduif

Opname: Hannu Varkki · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Holenduif is kleiner en donkerder dan de Houtduif en mist de grote witte halsvlek. In de vlucht vallen donkere vleugelpunten en een smalle zwarte staartband op. Hij eet voornamelijk zaden, granen en groene plantendelen.

Voorkomen

Holenduiven broeden in boomholten, oude spechtenholen, nestkasten en gebouwen. De Nederlandse populatie neemt toe. In Meijendel schommelde het aantal territoria, met een duidelijke tijdelijke terugval rond de eeuwwisseling, maar de soort bleef een regelmatige broedvogel.

Achtergrond

De Holenduif begint vroeg in het jaar een nestholte te verdedigen en kan meerdere broedsels grootbrengen. In bos is hij afhankelijk van grote bestaande holten, terwijl hij in het cultuurlandschap ook boerderijen en nestkasten gebruikt.

Bescherming

Oude bomen, spechtenholen en rustige gebouwen met toegankelijke nestplaatsen moeten worden behouden. Nestkasten kunnen helpen waar natuurlijke holten ontbreken. Werkzaamheden aan bezette bomen of gebouwen moeten worden uitgesteld.

Bron: Sovon – Holenduif.

Vogelkenmerken

Bosduif van oude bomen, broedt in natuurlijke boomholten.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Scholekster-groep); Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Houtduif-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol, nestkast. Oorsprong nestholte: kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0