Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Halsbandparkiet
Opname: Sander Pieterse · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Halsbandparkiet is een luidruchtige, overwegend groene parkiet met een lange, puntige staart. Volwassen mannetjes dragen een zwarte en roze halsband; vrouwtjes en jonge vogels missen deze duidelijke tekening. De soort eet zaden, vruchten, knoppen en bloemen en bezoekt geregeld tuinen en voedselplaatsen.
Voorkomen
De oorspronkelijke verspreiding ligt in delen van Afrika en Zuid-Azië. De Nederlandse populatie ontstond uit ontsnapte en losgelaten vogels. Den Haag behoorde tot de eerste belangrijke vestigingsplaatsen. Vanuit stadsparken en landgoederen breidde de soort zich uit naar de wijde omgeving. In Meijendel verscheen hij aan het einde van de twintigste eeuw als broedvogel. Na een snelle groei lijkt de lokale ontwikkeling meer te schommelen.
Achtergrond
Halsbandparkieten broeden vroeg in het jaar in boomholten, vaak oude spechtenholen. Daardoor ontstond bezorgdheid over concurrentie met inheemse holenbroeders. Onderzoek heeft laten zien dat plaatselijke concurrentie mogelijk is, maar levert geen grond voor de eenvoudige conclusie dat iedere aanwezigheid van parkieten automatisch tot achteruitgang van andere soorten leidt.
Bescherming
De Halsbandparkiet is een gevestigde exoot en geen doelsoort van de Europese Vogelrichtlijn. Beheerbeslissingen moeten gebaseerd zijn op aantoonbare schade en goede monitoring. In Meijendel is vooral van belang te volgen welke nestholten worden gebruikt en of kwetsbare inheemse holenbroeders daadwerkelijk worden verdrongen.
Bron: Sovon – Halsbandparkiet.
Vogelkenmerken
Groene luidruchtige parkiet, leeft in stedelijke parken en boomholten.
Ecologische vogelgroepen: Boomklever-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: overwegend (klasseproxy 75%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: natuurlijk, bestaand spechtenhol.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; EltonTraits 1.0