Terug naar vogelgroepen

Rode Lijst

Deze groepspagina hoort bij Rode, Oranje en Vogelrichtlijn lijst groepen.

Rode-Lijstsoorten in Meijendel

De Nederlandse Rode Lijst brengt broedvogels bijeen die landelijk zijn verdwenen, bedreigd of sterk achteruitgegaan. Het is daarmee geen ecologische vogelgroep: de soorten leven in uiteenlopende habitats, van open duin en struweel tot bos, moeras en bebouwing.

De pagina volgt de 87 soorten van de officiële Rode Lijst Vogels uit 2017. Deze lijst trad op 1 januari 2018 in werking. Plaatsing op de Rode Lijst is een signaal voor natuurbeleid en beheer, maar vormt op zichzelf geen afzonderlijke wettelijke beschermingsstatus.

Sterke afname, gevolgd door gedeeltelijk herstel

In 1990 werden in Meijendel 282 territoria van Rode-Lijstsoorten vastgesteld, overeenkomend met 15,1 territoria per km². Daarna daalde de groep sterk. In 2010 resteerden 91 territoria, ofwel 4,9 per km².

Sindsdien is sprake van een duidelijk herstel. In 2025 werden 222 territoria geteld, goed voor 11,9 territoria per km². Dat is ruim tweemaal zoveel als in 2010, maar nog altijd 21% minder dan in 1990.

Ook de samenstelling veranderde. In 1990 leverden 25 Rode-Lijstsoorten territoria aan de telling; in 2010 waren dat er 13 en in 2025 weer 22.

Verlies en vervanging

De achteruitgang na 1990 werd vooral veroorzaakt door soorten die destijds talrijk waren. De Zomertortel ging van 33 territoria in 1990 naar nul in 2025, de Ringmus van 26 naar nul en de Wulp van acht naar nul. Van de Tapuit resteerde in 2025 één territorium, tegenover 26 in 1990. Dat ene territorium, na jaren van afwezigheid, kan nog niet als herstel worden beschouwd.

Andere Rode-Lijstsoorten namen juist toe. De Graspieper groeide van 13 territoria in 1990 naar 59 in 2025. De Grote Lijster ging van drie naar 21 en de Grauwe Vliegenvanger van drie naar 14 territoria. De Roerdomp, die in 1990 niet werd vastgesteld, kwam in 2025 tot acht territoria.

In 2025 werd 61% van alle territoria geleverd door slechts drie soorten: Graspieper (59), Kneu (50) en Koekoek (27). Het herstel van het groepstotaal betekent daarom niet dat alle bedreigde soorten terugkeren. Een deel van de vroegere vogelbevolking is vervangen door een andere combinatie van Rode-Lijstsoorten.

Verschillende leefgebieden

Het huidige beeld rust voor een belangrijk deel op vogels van open duin, kortgrazige vegetaties en lage struwelen, met name Graspieper en Kneu. De Koekoek gebruikt een breder mozaïek van open terrein, struweel en natte vegetaties waarin geschikte waardvogels voorkomen.

Bos en bosranden zijn belangrijk voor onder andere Grote Lijster en Grauwe Vliegenvanger. Natte duinvalleien en infiltratieplassen bieden leefgebied aan Roerdomp en enkele schaarse eenden en steltlopers. De Rode-Lijstgroep reageert daardoor niet op één landschapsontwikkeling: veranderingen in openheid, struweel, bos, water en bebouwing werken op verschillende soorten anders uit.

Toegankelijkheid

In 2024 lag 90 van de 210 territoria, 43%, in volledig afgesloten terrein. Deze terreinen besloegen 4,18 km², ongeveer 22% van het onderzochte oppervlak. In volledig vrij toegankelijk terrein lagen 35 territoria, 17% van het totaal, op 6,60 km² of 35% van het oppervlak.

De hoge dichtheid in afgesloten delen kwam vooral voor rekening van Graspieper en Kneu. Ook in terreinen die deels beperkt en deels vrij toegankelijk waren, bereikten deze soorten hoge aantallen. Dit patroon kan niet uitsluitend aan toegangsbeperking worden toegeschreven: afgesloten en vrij toegankelijke kavels verschillen ook in habitat, ligging en beheer. De cijfers laten wel zien dat rustige terreindelen een belangrijk aandeel van de huidige Rode-Lijstpopulatie herbergen.

Vergelijking met Nederland

De ontwikkeling in Meijendel sluit gedeeltelijk aan bij het landelijke beeld. De Kneu en Koekoek namen landelijk sinds 1990 af, maar laten de laatste twaalf jaar weer een toename zien. De Graspieper is landelijk sinds 1990 ongeveer stabiel en neemt recent toe. In Meijendel is juist deze soort veel sterker gegroeid.

Het verdwijnen van de Zomertortel als regelmatige broedvogel past bij de zeer sterke landelijke achteruitgang. Vooral West- en Noord-Nederland raakten volgens Sovon grote delen van hun broedpopulatie kwijt. Ook de vrijwel volledige verdwijning van de Tapuit uit Meijendel past in de langdurige landelijke achteruitgang van deze kenmerkende broedvogel van open, droge duinen.

Methodologie

De grafiek telt de territoria op van de 87 soorten van de huidige Rode Lijst. Die vaste soortselectie is met terugwerkende kracht op alle teljaren toegepast. De grafiek laat dus zien hoe de soorten die nú op de Rode Lijst staan zich sinds 1958 in Meijendel hebben ontwikkeld. Zij geeft niet weer welke soorten in ieder afzonderlijk jaar toen op een Rode Lijst stonden.

De dichtheid is berekend door het aantal vastgestelde territoria te delen door het in dat jaar geïnventariseerde oppervlak. Een territorium wijst op broedgedrag, maar is niet automatisch bewijs voor een nest of succesvol broedgeval.

Door veranderingen in het onderzochte oppervlak en de invoering van de BMP-systematiek in 1984 zijn de oudste jaren niet volledig vergelijkbaar met de recente tellingen. Daarom ligt bij de cijfermatige vergelijking de nadruk op de periode vanaf 1990.

Meer weten?