Terug naar soorten

Torenvalk

Falco tinnunculus Valken

Broedvogel Rode lijst KW|KW
49jaren
170territoria
11hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Torenvalk zittend op een dunne tak
Foto: Andreas Trepte CC BY-SA 2.5 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Torenvalk

Opname: Pascal Christe · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Torenvalk is een middelgrote valk met lange, spitse vleugels en een lange staart. Het mannetje heeft een grijze kop en staart; het vrouwtje is overwegend bruin. Tijdens het jagen blijft de vogel vaak op één plaats in de lucht hangen. Vanuit die positie speurt hij vooral naar muizen.

Voorkomen

Torenvalken leven in open landschappen met korte vegetatie, ruige grasstroken en voldoende uitkijkpunten. De Nederlandse populatie is op lange termijn sterk afgenomen, al is recent enig herstel zichtbaar. In Meijendel is de soort een schaarse broedvogel. De nestkast bij de watertoren speelde jarenlang een belangrijke rol, totdat Slechtvalken deze locatie gingen gebruiken.

Achtergrond

Torenvalken bouwen geen eigen nest. Ze gebruiken oude kraaiennesten, boomholten, gebouwen en nestkasten. De aantallen jongen hangen sterk samen met de beschikbaarheid van veldmuizen, waardoor goede en slechte broedjaren elkaar kunnen afwisselen.

Bescherming

Kruidenrijk grasland, ruige bermen en gefaseerd maaibeheer zorgen voor muizen en andere prooidieren. Nestkasten zijn alleen zinvol wanneer ook voldoende geschikt jachtgebied aanwezig is. Bezette nesten moeten tijdens werkzaamheden en recreatieve activiteiten worden ontzien.

Bron: Sovon – Torenvalk.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Torenvalk-groep. Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0