Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Steenuil
Opname: Nikolaos Sarikakis · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een standvogel met een voorkeur voor het oude boerenland met rijen knotwilgen en lindebomen. Ook oude boomgaarden en cultuurlandschappen met houtwallen en ruige bosjes behoren tot de mogelijke biotoop en zelfs de grotere stadsparken.
Deze uil is niet alleen 's nachts actief, maar is ook in de avond- of ochtendschemering en zelfs overdag te zien, zittend op een hoge post in de buurt van zijn leefomgeving, uitkijkend naar voedsel. Dat bestaat uit kleine zoogdieren, een veelheid aan insecten, vogeltjes en ongewervelden.
De favoriete nestplaats is een holte in een knotwilg of oude fruitboom, soms in een muur. Op de kale bodem worden 3-5 eieren gelegd die het vrouwtje alleen uitbroedt. Beide ouders verzorgen de jongen.
Taxonomie. Binnen de orde der uilen (Strigiformes) worden twee families onderscheiden. De Kerkuil is bij ons de enige vertegenwoordiger in de familie Tytonidae. Alle andere nederlandse uilen maken deel uit van deze familie, de Strigidae.
Voorkomen
Er is landelijk een afname van het aantal broedparen sinds 1992 met meer dan 5%. De laatste 10 jaar is het stabiel. Er waren 5.500-6.500 rond de eeuwwisseling.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Tapuit-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte, nestkast, gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0