Terug naar soorten

Steenuil

Athene noctua Uilen

Broedvogel Rode lijst Kwetsbaar
2jaren
2territoria
1hoogste jaar

1994 t/m 1995 · bron: Meijendel-database

Steenuil zittend op de top van een houten paal
Foto: Frank Vassen from Brussels, Belgium CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Steenuil

Opname: Nikolaos Sarikakis · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Steenuil is een kleine, gedrongen uil met gele ogen en witte wenkbrauwstrepen. Hij jaagt vanaf lage uitkijkposten op muizen, grote insecten, wormen en kleine vogels.

Voorkomen

Steenuilen zijn vooral vogels van kleinschalig boerenland en oude erven. De soort ontbreekt in grote delen van de kuststrook. Registraties in Meijendel behoren tot het historische of incidentele voorkomen; een vaste lokale broedpopulatie is er niet.

Achtergrond

Een Steenuil blijft doorgaans zijn hele leven dicht bij het geboortegebied en vliegt zelden grote afstanden. Daardoor worden verlaten gebieden niet snel opnieuw bezet, zelfs wanneer het landschap weer geschikt lijkt.

Bescherming

Oude bomen, schuurtjes, nestholten en een kleinschalig mozaïek van kort gras, ruigte en erven zijn essentieel. Nestplaatsen zijn jaarrond beschermd; verkeers- en verdrinkingsrisico's rond erven moeten worden beperkt.

Bron: Sovon – Steenuil.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Tapuit-groep). Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte, nestkast, gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0