Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Bosuil
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bosuil leeft in loof- en gemengde bossen, parken en oude landgoederen met voldoende boomholten. Overdag zit hij verborgen; ’s nachts jaagt hij geruisloos op muizen, andere kleine zoogdieren en vogels. De bekende, langgerekte roep van het mannetje is vooral in herfst en winter te horen.
Voorkomen
In de twintigste eeuw breidde de Bosuil zich uit naar de Hollandse duinen en andere delen van West-Nederland. Landelijk neemt de soort nog licht toe. In Meijendel bereikte de populatie haar hoogste niveau in de jaren negentig. Daarna volgde een daling, waarna de stand op een lager niveau redelijk stabiel bleef.
Achtergrond
In voedselarme jaren kunnen paren het broeden overslaan en weinig roepen. Daardoor weerspiegelen jaarlijkse inventarisaties niet alleen het aantal aanwezige paren, maar soms ook verschillen in zang- en broedactiviteit.
Bescherming
Oude holle bomen zijn essentieel en moeten bij bosbeheer worden gespaard. Waar natuurlijke holten ontbreken, kunnen geschikte nestkasten helpen. Werkzaamheden rond bezette holen moeten worden vermeden.
Bron: Sovon – Bosuil.
Vogelkenmerken
Algemene nachtelijke bosuil, jaagt op muizen vanuit stille zitposten.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Boomklever-groep, Holenbroeders, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 80%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom, water. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: boomholte, bodem- of konijnenhol, nestkast. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0