Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Draaihals
Opname: Nils Austa · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Draaihals behoort tot de spechten, maar klimt minder langs stammen en heeft geen stijve steunstaart. Het grijsbruine verenkleed lijkt op boomschors en biedt uitstekende camouflage. Bij gevaar kan de vogel zijn hals kronkelend draaien, waaraan hij zijn naam dankt.
Voorkomen
Draaihalzen leven in open bos, heide, duinen en andere warme, zandige landschappen met veel mieren en voldoende nestholten. De soort verdween vrijwel als Nederlandse broedvogel, maar laat na het dieptepunt weer enig herstel zien. In Meijendel werd in het verleden een territorium vastgesteld. Daarnaast wordt de soort af en toe tijdens de trek gevangen of waargenomen.
Achtergrond
De Draaihals is de enige Nederlandse specht die jaarlijks over grote afstand naar Afrika trekt. Hij hakt geen eigen nestholte uit, maar gebruikt bestaande boomholten en oude spechtenholen. Met zijn lange kleverige tong haalt hij mieren en mierenpoppen uit de grond.
Bescherming
Een kleinschalig mozaïek van kale, zonnige bodem, lage vegetatie, oude bomen en nestholten is essentieel. Beheer dat alle open zand laat dichtgroeien is ongunstig. Bekende broedplaatsen zijn kwetsbaar voor verstoring en moeten niet openbaar worden gemaakt.
Bron: Sovon – Draaihals.
Vogelkenmerken
Onopvallende spechtvogel, eet vooral mieren in open bosgebieden.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep). Rode Lijst: RL: Ernstig bedreigd. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: sonderen.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: bestaand spechtenhol, kunstmatig.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0