Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Kleine Bonte Specht
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Kleine Bonte Specht is nauwelijks groter dan een mus en mist de rode onderstaart van de Grote Bonte Specht. Het mannetje heeft een rode kruin. De roffel is lang en zacht; voedsel wordt vooral gezocht in dunne dode takken.
Voorkomen
De soort leeft in oud, gevarieerd loofbos, moerasbos en boomgaarden met veel dood hout. Zowel landelijk als in Meijendel nam hij toe doordat bossen ouder en structuurrijker werden. Lokaal blijven de aantallen klein.
Achtergrond
De Kleine Bonte Specht hakt zijn nest bij voorkeur uit in zacht, dood of aangetast loofhout. Buiten de broedtijd is hij stil en kan hij zich aansluiten bij rondtrekkende groepen mezen.
Bescherming
Staand en liggend dood loofhout, oude wilgen, berken en elzen en een gevarieerde bosstructuur moeten worden behouden. Het verwijderen van alle dunne dode takken maakt het leefgebied minder geschikt.
Bron: Sovon – Kleine Bonte Specht.
Vogelkenmerken
Kleinste Europese specht, leeft in oud loofbos en boomrijke parken.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 20%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0