Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Kleine Bonte Specht
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Kleine Bonte Spechten komen in het grootste deel van Europa voor, alleen in het noorden van het Verenigd Koninkrijk en Ierland niet en evenmin rond de Middellande Zee. Ze leven voornamelijk in loofbossen met oude bomen van de zachtere soort -berk, wilg, els, populier- en met voldoende dood hout (voor een nest). Maar ook in oude boomgaarden en rivierlandschappen met veel elzenhout doen ze het goed.
Voedsel zoeken ze hoog, minder tegen de stam, vooral op de takken lopend. Op het menu van de Kleine Bonte Specht staan hoofdzakelijk larven van onder boombast levende insecten, aangevuld met larven van galwespen, muggen en spinnen. Soms eten ze bessen.
In het voorjaar wordt het territorium afgebakend met geroffel dat langer duurt dan dat van de Grote Bonte Specht, maar gewoonlijk zachter is. De ouders hakken samen het nest uit in vermolmd hout, vaak in een dikke zijtak met een gang richting de nestholte in de stam. Beide ouders broeden de 4-6 eieren uit en voeren de jongen. [Beluister en vergelijk de roffels van alle spechten onderaan deze pagina.]
Voorkomen
Net als de landelijke trend vertoont het weliswaar kleine aantal broedparen in Meijendel de laatste jaren een stijging.
Vogelkenmerken
Kleinste Europese specht, leeft in oud loofbos en boomrijke parken.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Holenbroeders, Kleine Bonte Specht-groep, Loofboomvogels, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 20%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, boom. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0