Terug naar soorten

Zwarte Specht

Dryocopus martius Spechten

Broedvogel
14jaren
35territoria
5hoogste jaar

1983 t/m 2004 · bron: Meijendel-database

Zwarte Specht bij roepende jongen in een nestholte
Foto: Alastair Rae from London, United Kingdom CC BY-SA 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Zwarte Specht

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Zwarte Specht is bijna kraaigroot en geheel zwart, met rood op de kruin. Hij hakt grote nestholten in dikke, meestal gladstammige bomen en zoekt vooral mieren en houtbewonende insecten.

Voorkomen

In Meijendel werd het eerste territorium in 1982 vastgesteld. Na een korte piek aan het einde van dat decennium verdween de soort na 1995; een rondzwervend mannetje in 2004 leidde niet tot hervestiging. De laatste jaren zwerft een solitair vrouwtje rond. De lokale geschiedenis weerspiegelt veranderingen in bosstructuur en voedsel, niet een huidige broedpopulatie.

Achtergrond

De grote holen blijven na gebruik waardevol voor andere vogels, zoogdieren en insecten. Een Zwarte Specht gebruikt een groot leefgebied, zodat losse waarnemingen of haksporen niet direct op een lokaal nest wijzen.

Bescherming

Behoud oude dikke bomen, dood hout en grote rustige boscomplexen met rijke mierenfauna. Bestaande holen zijn jaarrond beschermd en moeten bij boswerk ruim worden ontzien.

Bron: Sovon – Zwarte Specht.

Vogelkenmerken

Voedsel vooral insectenlarven en mieren.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0