Twee verschillende berekeningen: vergelijk de binaire analyse met de gewogen gevoeligheidsanalyse.
Binaire analyse
Iedere geselecteerde soort telt volledig mee in de groepsdichtheid.
Gewogen gevoeligheidsanalyse
Primair groepslidmaatschap telt voor 1,0 en secundair lidmaatschap voor 0,5 mee.
De functionele groep Luchtfoerageerders omvat vogelsoorten die een belangrijk deel van hun voedsel vangen in de vrije lucht. Zij jagen op vliegende insecten of grijpen hun prooi tijdens korte uitvallen vanuit een uitkijkpost. Daarmee zijn deze soorten afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende vliegende insecten én van geschikte omstandigheden om daarop te kunnen jagen.
In Meijendel wordt het voedselaanbod voor luchtfoerageerders beïnvloed door een groot aantal factoren. Vegetatiestructuur, open water, vochtige duinvalleien, weersomstandigheden en het seizoensverloop bepalen gezamenlijk de hoeveelheid vliegende insecten. Daarnaast spelen veranderingen in het landschap, zoals verruiging, bosontwikkeling en natuurbeheer, een rol bij de bereikbaarheid van prooien en de beschikbaarheid van geschikte uitkijkplaatsen.
Twee verschillende berekeningen
Op deze pagina staan twee grafieken. Beide zijn gebaseerd op dezelfde broedvogelgegevens, maar gebruiken een verschillende manier om soorten aan de functionele groep toe te kennen.
In de binaire analyse telt iedere geselecteerde soort volledig mee. Alle soorten krijgen daarmee hetzelfde gewicht, ongeacht de mate waarin zij werkelijk afhankelijk zijn van luchtfoerageren.
In de gewogen gevoeligheidsanalyse telt primair groepslidmaatschap voor 1,0 en secundair groepslidmaatschap voor 0,5. Soorten die vrijwel volledig afhankelijk zijn van het vangen van vliegende prooien wegen daardoor zwaarder mee dan soorten die deze foerageerwijze slechts regelmatig toepassen naast andere strategieën.
Deze groep bestaat uit slechts zeven soorten. Daardoor kunnen veranderingen bij één of enkele soorten de gezamenlijke trend sterk beïnvloeden. De twee grafieken moeten daarom vooral worden gebruikt om te beoordelen of de gevonden ontwikkeling robuust is voor de gekozen indeling. Wanneer beide berekeningen een vergelijkbaar patroon laten zien, neemt het vertrouwen in de waargenomen trend toe. Verschillen tussen beide grafieken laten zien dat de uitkomst gevoelig is voor de gekozen groepsindeling en de toegepaste weging.
Om die reden heeft deze functionele groep een exploratief karakter. De grafieken zijn vooral bedoeld om hypothesen te genereren over mogelijke veranderingen in het voedselaanbod van vliegende insecten en vormen geen rechtstreeks bewijs voor veranderingen in insectenpopulaties.
Methodische kanttekening
Rond 1973 werd het geïnventariseerde gebied uitgebreid tot vrijwel geheel Meijendel. Daarnaast werd in 1984 de landelijke BMP-methode van Sovon ingevoerd. Veranderingen rond deze jaren kunnen daarom mede samenhangen met wijzigingen in het onderzoeksgebied en de telmethode.
Daarnaast kunnen de grafieken worden beïnvloed door de sterke groei van de meeuwenkolonies vanaf de jaren zeventig en hun vrijwel volledige verdwijnen na de terugkeer van de vos in de tweede helft van de jaren tachtig. In sommige jaren omvatten deze kolonies meer broedparen dan alle overige broedvogels van Meijendel samen. Wanneer meeuwensoorten deel uitmaken van deze functionele groep, kan dit de gezamenlijke dichtheid beïnvloeden.
Door het beperkte aantal soorten verdient deze groep extra voorzichtigheid bij de interpretatie. De langetermijnontwikkeling blijft echter bruikbaar als verkennende indicator, vooral wanneer beide grafieken gezamenlijk worden beoordeeld.
Meer weten?
Via het Dashboard kunnen de onderliggende gegevens worden bekeken per soort, telgebied en periode. Zo is eenvoudig na te gaan welke soorten de ontwikkeling van deze kleine vogelgroep bepalen. Voor onderzoekers biedt de Shiny-appuitgebreidere mogelijkheden om de trends statistisch te analyseren en te vergelijken met gegevens over vegetatiestructuur, waterhuishouding, natuurbeheer en – waar beschikbaar – de ontwikkeling van insectenpopulaties.