Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Vuurgoudhaan
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Vuurgoudhaan behoort tot de kleinste Nederlandse vogels. Hij heeft een opvallende witte wenkbrauwstreep, een zwarte oogstreep en een geel tot oranje gekleurde kruin. Daarmee is hij van de Goudhaan te onderscheiden. De zang is een korte, hoge en gelijkmatig versnellende reeks.
Voorkomen
Vuurgoudhaantjes broeden in naald- en gemengde bossen, maar ook in loofbos met losse sparren of veel klimop. De soort vestigde zich in de twintigste eeuw in Nederland en neemt landelijk nog steeds toe. In Meijendel werden slechts in enkele jaren territoria vastgesteld. Van een vaste lokale broedpopulatie is nog geen sprake.
Achtergrond
Het kleine komvormige nest hangt tussen fijne takken. Het vrouwtje broedt en vaak worden twee legsels grootgebracht. Buiten de broedtijd wordt de Nederlandse populatie aangevuld met doortrekkers en wintergasten, die ook buiten de gebruikelijke broedgebieden kunnen verschijnen.
Bescherming
Gevarieerde bosdelen met volwassen bomen, coniferen, klimop en dichte beschutting bieden geschikt leefgebied. Bij bosbeheer is het belangrijk niet alle coniferen en dichte nestvegetatie tegelijk te verwijderen.
Bron: Sovon – Vuurgoudhaan.
Vogelkenmerken
Kleine kleurrijke zangvogel, leeft in naald- en gemengde bossen.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Kruisbek-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: beperkt (klasseproxy 25%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag, boom, lucht. Foerageermethode: strooiselzoeken, uitvaljacht.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0