Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Sperwer
Opname: Jan Cibulka · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Sperwer is een wendbare roofvogel met korte, brede vleugels en een lange gestreepte staart. Het vrouwtje is duidelijk groter dan het mannetje en kan daardoor ook grotere prooien aan. Sperwers jagen vooral op kleine en middelgrote vogels. Vanuit dekking vliegen ze snel tussen bomen en struiken om hun prooi te verrassen.
Voorkomen
De Nederlandse broedvogels zijn overwegend standvogels; in herfst en winter worden ze aangevuld met vogels uit Noord-Europa. Sperwers broeden in dichte bospercelen, parken, grote tuinen en houtwallen en bouwen meestal ieder jaar een nieuw nest. In Meijendel is de soort een schaarse maar regelmatige broedvogel, meestal met slechts enkele territoria.
Achtergrond
Landbouwgif bracht de populatie in de twintigste eeuw op een dieptepunt. Na het verbod op de schadelijkste middelen volgde herstel en uitbreiding. Inmiddels neemt de soort opnieuw af. Minder prooivogels, veranderend bosbeheer en predatie door de Havik kunnen bijdragen, maar de ontwikkeling laat zich niet door één oorzaak verklaren.
Bescherming
De landelijke staat van instandhouding is zeer ongunstig. Behoud van rustige, dichte nestbossen, voldoende kleine vogels en een gevarieerde bosstructuur is belangrijk. Nestplaatsen moeten tijdens het broedseizoen worden ontzien bij boswerk en intensieve recreatie.
Bron: Sovon – Sperwer.
Vogelkenmerken
Kleine vogeljager van dichte bosstructuren en stedelijke groenstructuren.
Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Havik-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel actieve luchtvangst: beperkt (klasseproxy 25%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag, boom, lucht. Foerageermethode: grondpikken, uitvaljacht.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0