Terug naar soorten

Bruine Kiekendief

Circus aeruginosus Sperwers

Broedvogel
3jaren
4territoria
2hoogste jaar

1978 t/m 2001 · bron: Meijendel-database

Bruine Kiekendief zittend in een bloeiende struik
Foto: Subramanya CK CC BY-SA 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Bruine Kiekendief

Opname: Christoph Moning · iNaturalist · CC BY 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Bruine Kiekendief is een grote, slanke roofvogel die met opgeheven vleugels laag boven rietvelden en graslanden jaagt. Prooien zijn onder meer kleine zoogdieren, vogels, eieren en amfibieën. Het nest ligt doorgaans goed verborgen in riet of andere hoge moerasvegetatie.

Voorkomen

Na herstel in de tweede helft van de twintigste eeuw neemt de Nederlandse populatie weer af. Verdroging, voedselgebrek, predatie en plaatselijk vervolging spelen mee. In Meijendel zijn slechts in enkele jaren territoria vastgesteld; een vaste broedpopulatie ontstond niet.

Achtergrond

Tijdens de balts voert het mannetje hoge golvende vluchten uit. Prooioverdracht aan het vrouwtje vindt vaak in de lucht plaats. Een mannetje kan in voedselrijke gebieden met meer dan één vrouwtje broeden.

Bescherming

Brede, natte en rustige rietvelden zijn belangrijk. Peilverlaging, rietmaaien en verstoring rond een mogelijke nestplaats moeten tijdens het broedseizoen worden voorkomen.

Bron: Sovon – Bruine Kiekendief.

Vogelkenmerken

Moerasgebonden roofvogel van uitgestrekte rietlanden.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Rietzanger-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, water. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0