Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Oeverzwaluw
Opname: Pascal Christe · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Oeverzwaluw is de kleinste Nederlandse zwaluw. Hij is bruin van boven en wit van onder, met een duidelijke bruine borstband en een licht gevorkte staart. Oeverzwaluwen vangen kleine vliegende insecten, vaak laag boven water. Beide ouders graven een diepe nestgang in een steile zand- of leemwand en verzorgen samen de jongen.
Voorkomen
Natuurlijke nestoevers zijn schaars geworden. Daarom broedt de soort tegenwoordig vaak in zandafgravingen, gronddepots en speciaal aangelegde wanden. Geschikte wanden bestaan meestal maar kort, waardoor kolonies geregeld verhuizen en de aantallen sterk kunnen wisselen.
Achtergrond
De Oeverzwaluw overwintert in de Sahel en zuidelijker in Afrika. Droogte in de overwinteringsgebieden speelde vroeger een duidelijke rol bij populatieschommelingen. Tegenwoordig lijken ook andere factoren belangrijk. In Nederland bepaalt vooral de tijdelijke beschikbaarheid van verse, verticale zandwanden waar kolonies kunnen ontstaan.
Bescherming
Een geschikte wand moet steil, stabiel en vrij van begroeiing zijn en bij voorkeur vóór aankomst van de vogels worden onderhouden. Zodra nestgangen bezet zijn, moeten afgraven, storten en andere werkzaamheden worden uitgesteld. Kunstmatige wanden kunnen duurzaam broedgebied bieden wanneer ze jaarlijks worden gecontroleerd en onderhouden.
Bron: Sovon – Oeverzwaluw.
Vogelkenmerken
Koloniale holenbroeder van steile zandwanden; jaagt op vliegende insecten en gebruikt schone nestopeningen en krabsporen als broedindicator.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kleine Plevier-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: overwegend (klasseproxy 75%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water, lucht. Foerageermethode: continue luchtjacht.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol. Oorsprong nestholte: bestaand, niet nader gespecificeerd.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0