Terug naar soorten

Blauwborst

Luscinia svecica Vliegenvangers

Broedvogel Rode lijst |
37jaren
556territoria
44hoogste jaar

1988 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Blauwborst zingend op een rietstengel
Foto: Åsa Berndtsson CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Blauwborst

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

Het mannetje Blauwborst heeft een opvallend blauwe borst met een witte vlek, omgeven door zwarte en roodbruine banden. Het vrouwtje is veel minder opvallend. De vogel zoekt meestal laag in de vegetatie of op kale bodem naar insecten, spinnen, wormen en slakken. Het goed verborgen nest ligt op de grond. Het vrouwtje broedt hoofdzakelijk; beide ouders voeren de jongen.

Voorkomen

De Nederlandse Witsterblauwborsten overwinteren in Zuidwest-Europa en West-Afrika. Ze broeden in moerassen, vochtige ruigten en duinvalleien met kale voedselplekken, dichte lage begroeiing en verspreide struiken. Zowel landelijk als in Meijendel nam de soort sterk toe. Na perioden met schommelingen laat de lokale reeks opnieuw een duidelijke groei zien.

Achtergrond

Tijdens de zang klimt het mannetje vaak omhoog, waarna hij met gespreide staart en vleugels naar beneden glijdt. De noordelijke Roodsterblauwborst is in Nederland een zeldzame doortrekker en behoort tot een andere ondersoort.

Bescherming

De Blauwborst heeft een kleinschalig mozaïek nodig van kale of schaars begroeide voedselplekken, dichte nestvegetatie en struiken als zangpost. Volledige verbossing is ongunstig, maar grootschalig maaien of verwijderen van opslag evenzeer. Gefaseerd beheer en een passend waterpeil houden het leefgebied geschikt.

Bron: Sovon – Blauwborst.

Vogelkenmerken

Moerasrandsoort met open bodemstructuur, zangvluchten en insectivoor dieet.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Blauwborst-groep); Struweelvogels (Rietgors-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: strooiselzoeken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; EltonTraits 1.0