Terug naar soorten

Zwartkop

Sylvia atricapilla Grasmussen

Broedvogel
64jaren
10297territoria
420hoogste jaar

1959 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Mannetje Zwartkop zittend tussen kale twijgen
Foto: Ron Knight from Seaford, East Sussex, United Kingdom CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Zwartkop

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Zwartkop is een grijs-bruine zangvogel. Het mannetje heeft een zwarte kruin, het vrouwtje een kastanjebruine. De vloeiende zang klinkt uit dicht struweel; het voedsel bestaat uit insecten en later veel bessen.

Voorkomen

De Zwartkop nam landelijk en in Meijendel sterk toe. Uitbreiding en veroudering van bos en struweel maakten meer broedgebied beschikbaar; zachte omstandigheden kunnen de soort daarnaast begunstigen.

Achtergrond

De Zwartkop overwintert meestal rond de Middellandse Zee en in Afrika, maar een groeiend deel trekt in noordwestelijke richting of blijft dichter bij het broedgebied. De trekstrategie kan binnen populaties snel veranderen.

Bescherming

Gevarieerd struweel, bosranden en besdragende struiken moeten gefaseerd worden beheerd. Behoud ook zonnige, insectenrijke randen; volledig dichtgroeien of grootschalig verwijderen vermindert de kwaliteit.

Bron: Sovon – Zwartkop.

Vogelkenmerken

Van oorsprong bosvogel; tegenwoordig ook veel in park- en struweellandschappen.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Winterkoning-groep, Zwartkop-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa, Noord-Afrika/Middellandse Zee. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0