Terug naar soorten

Tuinfluiter

Sylvia borin Grasmussen

Broedvogel
65jaren
4277territoria
248hoogste jaar

1960 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Tuinfluiter zittend op een boomtak tussen bladeren
Foto: Biillyboy CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Tuinfluiter

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Tuinfluiter is een onopvallend grijsbruine zangvogel zonder sterke koptekening. De rijke, snel kabbelende zang is het beste herkenningskenmerk. Hij zoekt insecten en later ook bessen in dicht struweel.

Voorkomen

Landelijk is de ontwikkeling minder gunstig dan in Meijendel. Lokaal nam de Tuinfluiter sterk toe toen struweel zich uitbreidde en ouder werd. Hij is er nu een kenmerkende broedvogel van dichte, gevarieerde struikbegroeiing.

Achtergrond

De soort dankt zijn naam niet aan een voorkeur voor tuinen, maar leeft vooral in natuurlijke en halfnatuurlijke struwelen. Hij overwintert ten zuiden van de Sahara en arriveert later dan de verwante Zwartkop.

Bescherming

Behoud dichte struwelen met verschillende hoogten, soorten en zonnige randen. Gefaseerd beheer voorkomt dat in één keer grote oppervlakken nest- en voedselgebied verdwijnen.

Bron: Sovon – Tuinfluiter.

Vogelkenmerken

Onopvallende zangvogel, leeft in dicht struikgewas en loofbos.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0