Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenZang van Grasmus
Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De grasmus heeft een witte keel en een grijze kopkap. Het mannetje heeft een roze borst. De rug is bruin. De poten zijn oranje. Zang is een op en neer gaand riedeltje, tamelijk scherp en krassend. Zit veel variatie in. Roep onder meer een karakteristiek hees "tsjèrrr". Leeft in laag struweel met een dichte kruidenvegetatie en enkele bomen die als zang- en uitkijkpost dienst kunnen doen.
Voorkomen
De mannetjes komen eerder terug dan de vrouwtjes. Zingt volop van eind april tot in juni. Mannetje bouwt enkele nesten, waaruit het vrouwtje een keuze maakt. Vaak wordt er twee keer gebroed, met legsels waarop zowel man als vrouw broedt.
Lange-afstandstrekker. Alle vogels brengen de winter door ten zuiden van de Sahara. 'Onze' grasmussen zitten voornamelijk in de westelijke Sahel. Trek in augustus-september. Keert van half april tot half mei terug.
Bescherming
Een afwisseling van doornstruweel, ruigte en open insectenrijke plekken is belangrijk. Struweelbeheer moet gefaseerd en buiten het broedseizoen plaatsvinden.
Bron: Sovon – Grasmus.
Vogelkenmerken
Algemene struweelvogel, zingt opvallend tijdens korte baltsvluchten boven vegetatie.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0