Terug naar soorten

Grasmus

Sylvia communis Grasmussen

Broedvogel
68jaren
23105territoria
665hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Grasmus zingend op een kale tak
Foto: Steve Garvie from Dunfermline, Fife, Scotland CC BY-SA 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Zang van Grasmus

Opname: Michiel Graafstal · Aangeboden aan VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De grasmus heeft een witte keel en een grijze kopkap. Het mannetje heeft een roze borst. De rug is bruin. De poten zijn oranje. Zang is een op en neer gaand riedeltje, tamelijk scherp en krassend. Zit veel variatie in. Roep onder meer een karakteristiek hees "tsjèrrr". Leeft in laag struweel met een dichte kruidenvegetatie en enkele bomen die als zang- en uitkijkpost dienst kunnen doen.

Voorkomen

De mannetjes komen eerder terug dan de vrouwtjes. Zingt volop van eind april tot in juni. Mannetje bouwt enkele nesten, waaruit het vrouwtje een keuze maakt. Vaak wordt er twee keer gebroed, met legsels waarop zowel man als vrouw broedt.

Lange-afstandstrekker. Alle vogels brengen de winter door ten zuiden van de Sahara. 'Onze' grasmussen zitten voornamelijk in de westelijke Sahel. Trek in augustus-september. Keert van half april tot half mei terug.

Bescherming

Een afwisseling van doornstruweel, ruigte en open insectenrijke plekken is belangrijk. Struweelbeheer moet gefaseerd en buiten het broedseizoen plaatsvinden.

Bron: Sovon – Grasmus.

Vogelkenmerken

Algemene struweelvogel, zingt opvallend tijdens korte baltsvluchten boven vegetatie.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep, Roodborsttapuit-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0