Terug naar soorten

Braamsluiper

Sylvia curruca Grasmussen

Broedvogel
68jaren
4736territoria
161hoogste jaar

1958 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Braamsluiper zittend op een metalen stang
Foto: Ekytza CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Braamsluiper

Opname: MVmath20 · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Braamsluiper is een onopvallende grijsbruine zangvogel met een witte keel. Hij leeft verborgen in dichte struiken en wordt vooral opgemerkt door zijn korte, ratelende zang. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en later in het seizoen ook uit bessen.

Voorkomen

De soort overwintert in Oost-Afrika en keert in het voorjaar terug. Doornstruwelen in de duinen vormen belangrijk Nederlands broedgebied. In Meijendel nam de populatie gedurende lange tijd toe. De aantallen liggen inmiddels onder het hoogste niveau, maar de Braamsluiper blijft een karakteristieke en goed vertegenwoordigde broedvogel.

Achtergrond

Het nest ligt diep verborgen in meidoorn, duindoorn, braam of ander dicht struweel. De soort profiteerde van de uitbreiding van struweel in delen van het duin.

Bescherming

Doornstruwelen moeten gefaseerd worden beheerd. Niet alle struiken tegelijk verwijderen en snoeiwerk buiten het broedseizoen uitvoeren. Een afwisseling van jong en ouder struweel met open insectenrijke randen is gunstig.

Bron: Sovon – Braamsluiper.

Vogelkenmerken

Zuidelijke spotvogel, zingt luid vanuit dicht struikgewas en bosranden.

Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 33%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0