Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Braamsluiper
Opname: MVmath20 · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De aanwezigheid van een Braamsluiper wordt vooral verraden door het opklinken van een een-tonig geratel uit het binnenste van een struik. Dichtbij deze zanger is te horen dat die ratel voorafgegaan wordt door een zacht en kort prevelend liedje.
Hij is overigens ook veel minder talrijk dan zijn familielid.
De Braamsluiper is een zomergast, de eerste exemplaren komen in de regel in april terug uit het overwinteringsgebied Oost Afrika, vooral Soedan en Tsjaad. Hij doet zijn naam eer aan want leidt zijn steelse leven bij voorkeur in doornige struiken in een halfopen landschap. Grote delen van de Meijendelse duinen, daar waar veel duin- en meidoorns staan, zijn dus uitstekend geschikt.
Het komvormige nest van de Braamsluiper zit diep verborgen in degelijke struiken en struwelen. Het is gebouwd van stengels en wortels, soms bekleed met wat haar ofzo. Het vrouwtje bebroedt het legsel, beide ouders voeren de jongen. Meestal is er een tweede broedsel.
Voorkomen
Na een achteruitgang hebben de aantallen Braamsluipers zich gestabiliseerd in Nederland. Mogelijk heeft de soort te lijden onder de enorme droogtes in Oost-Afrika.
Grote delen van Meijendel beschikken over het juiste biotoop (doornstruwelen!) en de Braamsluiper is dan ook goed vertegenwoordigd. Het aantal broedgevallen hier is door de jaren heen geleidelijk gestegen maar lijkt inmiddels het hoogtepunt voorbij (zie grafiek met tabel boven).
Vogelkenmerken
Zuidelijke spotvogel, zingt luid vanuit dicht struikgewas en bosranden.
Ecologische vogelgroepen: Struweelvogels (Grasmus-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 33%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0