Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Groene Specht
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Groene Specht is een grote groene specht met een rode kruin. Zijn luide, lachende roep is vaak eerder te horen dan de vogel te zien is. Hij zoekt vooral op de grond naar mieren, die hij met zijn lange kleverige tong bemachtigt.
Voorkomen
Landelijk neemt de soort toe, mede door zachte winters en geschikt halfopen landschap. In Meijendel ligt de huidige stand duidelijk onder het niveau van de jaren tachtig en negentig. De lokale ontwikkeling wijkt daarmee af van de landelijke trend.
Achtergrond
Voor Meijendel zijn zowel veranderingen in het mierenaanbod als predatie genoemd. De beschikbare telgegevens bewijzen echter niet dat één daarvan de afname verklaart. De historische lokale discussie daarover blijft waardevol, mits zij als hypothese wordt weergegeven.
Bescherming
Oude loofbomen, open gras- en duinvegetaties en gezonde mierenpopulaties zijn belangrijk. Dood hout en mogelijke nestbomen moeten worden gespaard. Langdurige sneeuwbedekking kan tijdelijk een sterke invloed hebben.
Bron: Sovon – Groene Specht.
Vogelkenmerken
Grote groene specht, foerageert vooral op mieren in graslanden.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Geelgors-groep); Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: boomholte. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0