Konijnen in Meijendel moeten gaan bijdragen aan nieuwe natuurvergunningen voor de Rotterdamse haven. Het klinkt als een onverwachte omweg. Toch raakt het plan aan een reëel probleem in het duin: waar het konijn verdwijnt, groeit de lage en open vegetatie gemakkelijker dicht.
Volgens NOS, Rijnmond en het AD wil het kabinet 50 miljoen euro inzetten voor natuurherstel in vier Natura 2000-gebieden rond de haven. Het bedrag werd in 2025 al gereserveerd; op 8 oktober 2026 zou het kabinet definitief over deze bijdrage beslissen. Meijendel & Berkheide is een van de vier gebieden. De aangekondigde routekaart combineert herstel van de duinnatuur met schoner havenmaterieel, verdere elektrificatie en minder uitstoot door schepen. Betrokken partijen willen de natuurplannen en uitvoeringsafspraken eind 2026 afronden. Als de ecologische en juridische onderbouwing standhoudt, zou de vergunningverlening vanaf begin 2027 weer op gang kunnen komen. Iedere aanvraag blijft daarbij een afzonderlijke beoordeling.
Het konijn stond al op de agenda
Het uitzetten van konijnen is voor Meijendel niet nieuw. Dunea begon in 2024 een pilot met het bijplaatsen van konijnen; volgens het jaarverslag over 2024 loopt die pilot tot en met 2026. Ook het ontwerp-Natura 2000-beheerplan voor Meijendel & Berkheide 2026–2032 noemt herintroductie, onderzoek naar verplaatsing en een mogelijk fokprogramma. Dat plan is op 13 januari 2026 als ontwerp vastgesteld. Het is dus nog geen definitief beheerplan.
De reden is ecologisch helder. Konijnen grazen plaatselijk zeer kort, eten jonge struiken en brengen door hun gegraaf zand naar boven. Zo helpen zij het mozaïek van open zand, korte vegetatie en kruidenrijk duingrasland in stand te houden. Paarden, runderen, maaien en het verwijderen van struweel kunnen een deel van dat werk overnemen, maar vormen geen volledige vervanging.
De eigen registraties van Vogelwerkgroep Meijendel laten zien hoe sterk het konijn is teruggelopen. In 4.039 protocolmatig uitgevoerde vogelbezoeken aan 52 telgebieden in de periode 2009–2025 werd het konijn in 2009 tijdens 84 procent van de bezoeken gemeld. In 2025 was dat negen procent. Dit zijn waarnemingen tijdens vogeltellingen, geen volledige telling van de konijnenpopulatie. De afname is echter zichtbaar in zowel bezoekfrequentie als verspreiding.
Geen natuurwinst op bestelling
Daarmee is niet gezegd dat enkele uitgezette konijnen de haven van het stikstofslot halen. Een kleine populatie moet ziekten, predatie en verstoring overleven en voldoende geschikt leefgebied vinden. Natuurherstel in Meijendel vraagt tegelijk om minder stikstofbelasting, meer verstuiving, passend waterbeheer, bestrijding van invasieve soorten en zorgvuldig beheer van recreatiedruk. Die factoren werken op elkaar in; hun gezamenlijke effect verschilt per plaats en periode.
Ook juridisch is de route nog niet voltooid. Natuurherstel maakt een gebied weerbaarder, maar is niet hetzelfde als vermindering van de stikstofuitstoot. Het bestaande Meijendel-verhaal over stikstof en broedvogels trekt precies die grens: lokaal beheer kan schade beperken en herstel bevorderen, maar sluit de kraan niet.
De landelijke krantenkoppen zetten het konijn vandaag in de hoofdrol. Voor Meijendel is het interessantere nieuws breder. Een al lopende herstelopgave krijgt extra geld en bestuurlijke urgentie, terwijl de duinen onderdeel worden van een afweging die tientallen kilometers verderop wordt gemaakt. Dat kan natuurherstel versnellen. Het verplicht tegelijk tot nauwkeurige monitoring: niet alleen hoeveel konijnen worden bijgeplaatst, maar vooral hoeveel dieren overleven, waar een duurzame populatie ontstaat en wat daarna werkelijk verandert in vegetatie en andere soorten.
Lees het achtergrondverhaal: Het konijn verdwijnt uit Meijendel