Het konijn verdwijnt uit Meijendel
Grijs duin kan zonder konijnen bestaan, maar blijft dan niet vanzelf open
Paul van de Velde · Wikimedia Commons · CC BY 2.0Het konijn wordt in Meijendel veel minder vaak gezien dan in 2009. De overgebleven waarnemingen concentreren zich in een beperkt aantal kavels. Dat raakt niet alleen één zoogdiersoort. Het konijn helpt een zeldzaam Europees landschap open en soortenrijk te houden: het grijze duin. Grijs duin kan zonder konijnen bestaan, maar in Meijendel vraagt dat veel meer gericht beheer.
Deel 1
Vogeltellers zien het konijn verdwijnen
De tellers van Vogelwerkgroep Meijendel bezoeken hun kavels in het broedseizoen meerdere keren volgens vaste voorschriften. Een deel van hen doet mee aan de registratie van dagactieve zoogdieren, DAZ-BMP. Voor 2009–2025 zijn 3.838 bezoeken aan 50 kavels binnen het Meijendel-analysegebied beschikbaar waarbij zoogdieren zijn geregistreerd. Dat is een brede reeks, maar geen volledige zoogdierinventarisatie: deelname en zichtbaarheid kunnen tussen kavels en jaren verschillen.12
In 2009 werden tijdens 148 van 182 bezoeken konijnen gezien: 81 procent, verspreid over 20 van de 21 onderzochte kavels. In 2025 ging het om 26 van 284 bezoeken: negen procent, in tien van de 43 kavels. De opgetelde aantallen daalden van 955 naar 128. Dat zijn herhaalde waarnemingen, geen telling van unieke dieren.1
De wisselende kaveldekking verklaart die terugval niet volledig. In dezelfde negentien kavels zijn 731 bezoeken uit 2009–2013 vergeleken met 721 bezoeken uit 2021–2025. Bij gelijk gewicht per kavel daalde het gemiddelde van 4,75 naar 0,25 geregistreerde konijnen per bezoek. Achttien kavels gingen achteruit; één bleef zonder melding. Ook wanneer alleen maart tot en met juni wordt vergeleken, blijft die sterke terugval zichtbaar. Dit is een verandering in de registraties, geen berekening van de precieze afname van de populatie.1
De resterende zwaartepunten
De afname verloopt niet overal gelijk. In 2024–2025 kwam 69,8 procent van de opgetelde konijnenaantallen uit kavel 42: 192 van 275. Daar werden tijdens vijftien van de 29 bezoeken konijnen gemeld. Kavel 41 leverde veel kleinere aantallen op, maar wel tijdens dertien van veertien bezoeken. Voor dat kavel begint deze zoogdierreeks pas in 2024; dat bewijst dus geen recente vestiging. Ook kavel 42 ging achteruit: van gemiddeld 25,5 geregistreerde konijnen per bezoek in 2014–2018 naar 6,6 in 2024–2025.1
Geen melding tijdens een vogeltelling betekent bovendien niet dat er geen konijnen meer zitten. In kavel 7 werden in 2023 tijdens tien bezoeken met zoogdierregistratie geen konijnen gemeld, terwijl daar in mei van dat jaar wel een losse waarneming van een levend konijn is vastgelegd. Andere bronnen vullen het beeld dus aan.1
Ook andere zoogdieren komen in beeld
- Ree
- in 2025 binnen de kavel gemeld tijdens 257 van 284 bezoeken, in alle 43 onderzochte kavels
- Vos
- in 2025 binnen de kavel gemeld tijdens 30 van 284 bezoeken, in twintig kavels
- Haas
- in 2025 binnen de kavel gemeld tijdens negen van 284 bezoeken, in zes kavels
- Egel en eekhoorn
- in 2025 binnen de kavel gemeld tijdens respectievelijk vier en drie van 284 bezoeken; te weinig voor een stevige ontwikkelingstrend
De aantallen zijn waarnemingen tijdens vogeltellingen, geen volledige zoogdiertellingen. Een ree is bovendien gemakkelijker overdag te zien dan een egel. De reeks bewijst daarom niet hoeveel dieren precies in heel Meijendel leefden. De sterke terugval van het konijn is echter zichtbaar in de bezoekfrequentie, de geregistreerde aantallen én de vergelijking binnen dezelfde kavels. Dat maakt het signaal overtuigend.1
Deel 2
Waarom herstel uitblijft
De belangrijkste directe oorzaak is waarschijnlijk ziekte. Myxomatose veroorzaakte vanaf de jaren vijftig massale sterfte. Rond 1990 volgde rabbit haemorrhagic disease, ook bekend als VHS. Na enig herstel verscheen in Nederland in 2015 RHDV2. Onderzoek naar herstel van konijnenpopulaties in de kustduinen noemt dit virus de belangrijkste verklaring voor de nieuwe terugval en het uitblijvende herstel.3
Daarna kan een zichzelf versterkend proces ontstaan. Minder konijnen betekent minder begrazing en minder gegraaf. De vegetatie wordt hoger en dichter, terwijl open zand en jonge, voedzame planten schaarser worden. Zo verslechtert juist het leefgebied waarin de overgebleven konijnen zich moeten herstellen. Stikstof en het ontbreken van voldoende verstuiving versterken die ontwikkeling.34
Predatie kan een kleine populatie verder onder druk zetten. De tellingen bewijzen echter niet dat meer vossen de afname van het konijn veroorzaakten. Een vos zien is iets anders dan vaststellen hoeveel konijnen hij vangt. Ziekte, voedsel, dekking, begrazing en predatie kunnen elkaar bovendien versterken of juist afzwakken.
Kavel 42 maakt die samenhang interessant. Het is een open kavel aan de rand van Meijendel, met veel mensen en verkeer langs de grenzen. Korte vegetatie kan gunstig zijn voor konijnen én maakt ze beter zichtbaar. Mogelijk schrikken mensen predatoren af of onderbreken wandelaars de jacht van een vos. Maar lokale beschrijvingen laten ook zien dat vossen aan passanten kunnen wennen. In kavel 42 werden in 2021–2025 tijdens 21 van 57 bezoeken vossen gemeld, naast de vele konijnen. Welke rol drukte daar speelt, volgt niet uit deze tellingen.110
Deel 3
Een zeldzaam Europees landschap
Grijze duinen zijn droge duingraslanden met lage grassen, kruiden, mossen, korstmossen en plaatselijk open zand. Ze komen alleen langs de kust voor en beslaan ook daar een beperkt oppervlak. Binnen de Europese Habitatrichtlijn vormen zij een prioritair habitattype: natuur die dreigt te verdwijnen en waarvoor de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid draagt.56
Nederland heeft binnen Europa een belangrijk aandeel. Vooral kalkrijke duingraslanden, zoals in Meijendel, bevatten bijzondere plantengemeenschappen. Toch is de landelijke staat van instandhouding zeer ongunstig. Het Natura 2000 Doelendocument 2026 schat het huidige oppervlak op ongeveer 9.300 hectare en stelt als doel ten minste 12.100 hectare: uitbreiding én verbetering van kwaliteit.5
Grijs duin blijft open door een samenspel van wind, lichte overstuiving, erosie op hellingen en begrazing. Wind brengt kalkrijk zand aan. Grazers remmen grassen en struiken. Juist de afwisseling van korte vegetatie, kruiden, open zand en hogere begroeiing biedt ruimte aan veel planten, insecten en vogels. De Tapuit gebruikt bovendien graag oude konijnenholen als nestplaats.6
Deel 4
Kan grijs duin zonder konijnen?
Ja, maar in een vastgelegd en door stikstof beïnvloed duin blijft het dan niet vanzelf in dezelfde vorm bestaan. Grote grazers kunnen gras eten. Beheerders kunnen maaien, struiken verwijderen en nieuwe stuifplekken maken. Daarmee kan grijs duin ook zonder konijnen worden behouden of hersteld.47
Toch vervangen die maatregelen het konijn niet volledig. Konijnen werken kleinschalig en het hele jaar door. Ze grazen plaatselijk zeer kort, eten jonge struiken en brengen door hun gegraaf kalkrijk zand naar boven. Zo maken zij een fijn mozaïek dat grote grazers en machines anders vormgeven.
Onderzoek in Meijendel laat dat verschil al bijna een halve eeuw zien. In 1976 werden delen van het duingrasland afgesloten voor konijnen. Een in 2025 beschreven proefvlak laat zien hoe binnen het raster uiteindelijk struweel ontstond, terwijl de omgeving langer open bleef. Het artikel volgt één van de acht in 1976 aangelegde proefvlakken; niet ieder raster heeft dezelfde geschiedenis. Het proefschrift Rabbits Rule concludeert op basis van langdurig onderzoek in Meijendel dat de aanwezigheid of afwezigheid van konijnen de vegetatieontwikkeling sterker stuurde dan de inzet van runderen en paarden.89
Dunea heeft konijnen bijgeplaatst om de stand te versterken en daarmee hun rol in het duin te herstellen. Het jaarverslag over 2023 vermeldt de eerste verplaatsingen in oktober van dat jaar. Dat doel is duidelijk. Een aangetoond effect van de uitzetting hebben we met de huidige gegevens nog niet: plaatsingsaantallen en vrijlatingsdata per hok ontbreken in deze analyse, en losse meldingen bewijzen niet dat de populatie groeit.11
Het schaars worden van het konijn is daarom een belangrijk alarmsignaal. Grijs duin verdwijnt niet op dezelfde dag als het laatste konijn, maar het natuurlijke onderhoud valt wel grotendeels weg. Herstel van de konijnenpopulatie zou niet alleen één zoogdiersoort helpen. Het zou ook het proces terugbrengen waarmee open, bloemrijke en soortenrijke duinen zichzelf mede in stand houden.
Bronnen en verantwoording
- Vogelwerkgroep Meijendel (21 oktober 2026). Konijnenhistorie en zwaartepunten, levende lokale Meijendel-database. De vergelijkingsreeks omvat 3.838 oorspronkelijke SOVON/AVIMAP-bezoeken met zoogdierregistratie in 50 kavels, 2009–2025, en uitsluitend positieve punten binnen de eigen kavel. M66 en M91 vallen buiten de Natura 2000-analysescope; één bezoek met een opgegeven duur van 1.580 minuten is niet in de vergelijking opgenomen. De gegevens zijn voorwaardelijk bruikbaar: een ronde zonder zoogdierregistratie is geen nulwaarneming en gelijkblijvende detectie is niet aangetoond. Een opgeteld aantal betreft herhaalde registraties, geen populatieomvang. De negentien vergeleken kavels hebben per periode minstens vijftien bezoeken in minstens drie jaren; de gemiddelden geven ieder kavel gelijk gewicht. Aanvullend zijn 218 positieve SOVON-bezoektotalen uit 2005–2008 bekeken, samen 1.429 geregistreerde dieren; de volledige bezoekmatrix ontbreekt voor die jaren. De NDFF-levering van het afzonderlijke konijnentelmeetnet (protocol 17.209) bevat 5.095 positieve sectieregels uit 1984–2023, maar mist route- en sectie-identificaties. Deze regels vormen historische context, geen aan de kavels toegevoegde tellingen. Van de ruimtelijk toegelaten losse en ObsIdentify-meldingen betreffen 724 records levende konijnen uit 1995–2025; zij leveren aanvullend aanwezigheidsbewijs. Bronnen zijn wegens mogelijke overlap en verschillende telwijzen niet opgeteld. De analyse gebruikt alleen complete jaren tot en met 2025.
- Sovon Vogelonderzoek Nederland (2024). Handleiding Broedvogel Monitoring Project en kolonievogels.
- Dekker, J.J.A., J.M. Drees, M.P. Moerman, M. Nijssen, J.G.B. Oostermeijer & L. Seip (2022). Herstel konijnenpopulaties in de kustduinen. OBN-2017-86-DK. VBNE, Driebergen.
- Dunea (2022). Duinen missen natuurlijk beheer van het konijn.
- Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (2026). Natura 2000 Doelendocument 2026, habitattype H2130 Grijze duinen.
- OBN Natuurkennis. H2130 – Grijze duinen.
- Dunea. Onze aanpak: maaien, begrazen en herstelmaatregelen.
- Van der Hagen, H.G.J.M. (2025). Een konijnenexclosure uit 1976 en de vegetatieontwikkeling sedertdien. Holland's Duinen 87: 6–12.
- Van der Hagen, H.G.J.M. (2022). Rabbits Rule: Evaluating livestock grazing in coastal sand dunes of Meijendel, the Netherlands. Proefschrift, Wageningen University.
- De Kok, Y. (2016). Vossenwaarnemingen in de Hollandse duinen. Holland's Duinen 67: 14–16. Beschrijvende waarnemingen van onder meer gewenning aan mensen; geen experiment naar predatie.
- Dunea (2024). Jaarverslag 2023, p. 37: eerste konijnenverplaatsingen in oktober 2023.
- Beleidscontext gecontroleerd op 21 oktober 2026: het Natuurbeheerplan Zuid-Holland geeft het provinciale beheerkader. Het Natura 2000-beheerplan Meijendel & Berkheide 2026–2032 is in deze bekendmaking een ontwerp. Het onderstreept de rol van konijnen in duingraslanden; een voorgenomen maatregel is geen bewijs van een gerealiseerd effect.
- Hoofdfoto: Paul van de Velde, Wikimedia Commons, CC BY 2.0 (geschaald).