Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Graspieper
Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Graspieper is een slanke, bruingestreepte vogel met een lichte onderzijde en roze poten. Hij loopt vooral over de grond en beweegt daarbij zijn staart op en neer. Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit insecten en andere kleine ongewervelden. Van de Boompieper verschilt hij onder meer door zijn voorkeur voor open terrein en zijn zangvlucht.
Voorkomen
Graspiepers broeden in graslanden, heide, duinen, kwelders en andere open landschappen. Landelijk is de broedpopulatie op lange termijn redelijk stabiel en recent toegenomen, maar de staat van instandhouding blijft zeer ongunstig. In Meijendel groeide de populatie tot in de jaren 2000, waarna een sterke afname volgde. De laatste periode laat weer enig herstel zien.
Achtergrond
Tijdens de zangvlucht stijgt het mannetje steil omhoog en daalt daarna zingend als aan een parachute naar de grond. Het nest ligt verborgen in een gras- of heidepol. Het vrouwtje broedt; beide ouders voeren de jongen. Graspiepernesten worden geregeld door de Koekoek gebruikt.
Bescherming
Open duin en grasland moeten voldoende pollen, lage begroeiing en insecten bevatten. Verdroging, dichtgroeien, te intensieve begrazing en grootschalig kort maaien zijn ongunstig. Gefaseerd beheer, lichte begrazing en het sparen van ruige delen bieden nestdekking en voedsel.
Bron: Sovon – Graspieper.
Vogelkenmerken
Openlandpieper van helm, grasland, zeereep en kwelders; grondbroeder met opvallende zangvlucht en tweetonige alarmroep.
Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Fazant-groep, Scholekster-groep); Vogels van open heide (Wulp-groep); Weidevogels (Veldleeuwerik-groep). Rode Lijst: RL: Gevoelig. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, boom. Foerageermethode: grondpikken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0