Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Boomvalk
Opname: Rafael Suleimanov · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
Het is een uitstekende vlieger en razendsnelle jager die het heeft voorzien op kleine zangvogels (voorkeur zwaluwen) maar ook op insecten als libelle en sprinkhaan. En vleermuizen. Daarom heeft de Boomvalk een voorkeur voor allerlei vormen van open of halfopen landschap met veel (stilstaand) water in de buurt. Deze zeer wendbare valk jaagt op vliegende prooien en slaat die na een soms spectaculaire achtervolging in volle vlucht. Insecten worden vervolgens vliegend opgepeuzeld. In tegenstelling tot de Torenvalk bidt deze valk niet.
Boomvalken zijn trekvogels. Het broedgebied strekt zich uit over een groot deel van Europa -met uitzondering van het noorden van Scandinavië- oostwaarts tot Japan, het noorden van Eurazië uitgezonderd. Ze broeden in open loof- of gemengd bos waar ze niet zelf een nest bouwen maar het nest van bijvoorbeeld een kraai of Houtduif gebruiken. Er is één legsel dat het vrouwtje uitbroedt, de jongen worden door beide ouders gevoerd, vooral zwaluwen. Ook na het uitvliegen gaan de ouders door de jongen te voeren, totdat ze zelf de kunst hebben geleerd vliegend een prooi te vangen.
Aan het eind van de zomer trekken de Europese Boomvalken naar Zuidelijk-Afrika, de Aziatische overwinteren in Zuidoost-Azië en India. Volwassen valken vertrekken eerst, de jongen gaan een paar weken later.
Voorkomen
Het aantal territoria van de Boomvalk in Meijendel vertoont een grillig beeld, maar de trend toont een sterk dalende lijn. Deze fraaie soort had in 2008 voor het laatst jaarlijks één of meer territoria; wellicht dat de toename van de Havik ook hier een rol in speelt. Sindsdien is er slechts zeer incidenteel sprake van een territorium.
Vogelkenmerken
Snelle trekvogel gespecialiseerd in zangvogels en luchtjacht op insecten.
Ecologische vogelgroepen: Torenvalk-groep. Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: beperkt (klasseproxy 33%). Aandeel actieve luchtvangst: overwegend (klasseproxy 75%). Foerageersubstraat: boom, lucht. Foerageermethode: continue luchtjacht.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Noord-Afrika/Middellandse Zee, Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0