Terug naar soorten

Baardman

Panurus biarmicus Baardmannen

Broedvogel
3jaren
3territoria
1hoogste jaar

1978 t/m 1997 · bron: Meijendel-database

Mannetje Baardman hangend aan een rietstengel
Foto: Kaeptn chemnitz CC BY 3.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Baardman

Opname: Hans Dijkstra · Hans Dijkstra · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Baardman is een kaneelbruine rietvogel met een lange staart. Het mannetje heeft een blauwgrijze kop met opvallende zwarte baardstrepen; bij het vrouwtje ontbreken deze. Hij klautert behendig door het riet en verraadt zich vaak door zijn korte, nasale contactroep.

Voorkomen

Baardmannen leven in uitgestrekte, overjarige rietvelden. In voorjaar en zomer eten ze vooral insecten en spinnen; in de winter schakelen ze over op rietzaad. Na de sterke uitbreiding vanuit de nieuwe rietvelden in Flevoland is de landelijke populatie weer kleiner geworden. In Meijendel zijn alleen enkele verspreide historische territoria vastgesteld.

Achtergrond

De soort kan meerdere broedsels grootbrengen en zich daardoor na een gunstig broedseizoen snel uitbreiden. Strenge winters kunnen de populatie echter sterk terugzetten. Na het broedseizoen zwerven groepen rond en kunnen ze ook in kleinere rietvelden opduiken.

Bescherming

Grote oppervlakten oud, nat riet met voldoende randen en een gevarieerde onderlaag zijn essentieel. Gefaseerd maaien voorkomt dat alle dekking en voedselbronnen tegelijk verdwijnen.

Bron: Sovon – Baardman.

Vogelkenmerken

Rietspecialist; insectivoor in broedseizoen, rietzaadeter in winter.

Ecologische vogelgroepen: Rietvogels (Roerdomp-groep, Waterrietvogels). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: Oranje Lijst. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: beperkt (klasseproxy 25%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 50%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0