Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Cetti's Zanger
Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Geautoriseerde legacycollectie
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Cetti’s Zanger is een roodbruine, compact gebouwde zangvogel met een brede staart en korte vleugels. Hij leeft vrijwel voortdurend verborgen in dicht struikgewas. Zijn aanwezigheid wordt meestal verraden door de plotselinge, explosief luide zang.
Voorkomen
Cetti’s Zangers zijn standvogels van rietstruwelen, ruige oevers en dicht jong moerasbos. Na eerdere vestigingspogingen begon in Nederland een nieuwe, sterke uitbreiding die nog steeds voortduurt. In Meijendel werd in 2011 het eerste broedgeval vastgesteld. Later werd de soort een jaarlijkse broedvogel en volgde een bijzonder sterke lokale toename.
Achtergrond
De soort zingt bijna het hele jaar en soms ook ’s nachts. Het nest ligt laag in dichte begroeiing, nabij water maar op een droge plek. Het vrouwtje broedt; na het uitvliegen verzorgen beide ouders de jongen. Strenge winters kunnen de stand tijdelijk terugzetten, waarna vanuit bezette gebieden opnieuw uitbreiding kan volgen.
Bescherming
Brede, dichte en vochtige oevervegetaties zijn belangrijk. Riet, jonge wilgen en ruigte moeten gefaseerd worden beheerd, zodat niet alle dekking tegelijk verdwijnt. Grootschalig klepelen, maaien of verwijderen van struweel tijdens het broedseizoen is ongunstig.
Bron: Sovon – Cetti’s Zanger.
Vogelkenmerken
Standvogel van dichte lage moerasvegetatie, ruig riet en struweel; polygyn broedsysteem.
Ecologische vogelgroepen: Bosrandvogels (Bosrandstruweelvogels, Buidelmees-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: strooiselzoeken.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0