Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Bijeneter
Opname: Hans Dijkstra · Hans Dijkstra · Geautoriseerde legacycollectie
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Bijeneter is een opvallend gekleurde vogel met blauwe onderdelen, een gele keel, roodbruine bovendelen en een zwarte oogstreep. Hij heeft een vrij lange, licht omlaaggebogen snavel. In de vlucht vallen de spitse vleugels, de uitstekende middelste staartpennen en de kenmerkende roep op.
Bijeneters vangen grotere insecten tijdens de vlucht. Ze broeden in zelfgegraven nestgangen in steile zandwanden, bijvoorbeeld in afgravingen en langs rivieren of plassen.
Voorkomen
De Bijeneter nestelde in 1964 voor het eerst in Nederland. Sinds 2010 broedt de soort jaarlijks in ons land en de landelijke aantallen nemen toe. De soort is inmiddels ook in Meijendel als territoriumhouder vastgesteld.
Achtergrond
De Nederlandse vestiging past binnen een noordwaartse uitbreiding van het Europese broedgebied. Sovon noemt klimaatverandering als mogelijke factor, maar het broedsucces blijft mede afhankelijk van voldoende grote insecten, geschikte steilwanden en gunstig zomerweer.
Bescherming
De landelijke staat van instandhouding wordt als gunstig beoordeeld, maar afzonderlijke broedplaatsen zijn door hun geringe aantal kwetsbaar. Bij een vermoedelijke vestiging moeten de terreinbeheerder en Sovon tijdig worden geïnformeerd. Rust rond de nestwand, het geheimhouden van de exacte locatie en behoud van de wand en het omliggende insectenrijke landschap zijn de belangrijkste maatregelen.
Bron: Sovon – Bijeneter.
Vogelkenmerken
Ecologische vogelgroepen: geen. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel vliegende prooien: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, struiklaag, boom, lucht. Foerageermethode: uitvaljacht.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0