Terug naar soorten

IJsvogel

Alcedo atthis IJsvogels

Broedvogel Rode lijst |
14jaren
39territoria
7hoogste jaar

2007 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

IJsvogel
Foto: Artemy Voikhansky CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van IJsvogel

Opname: Marie-Lan Taÿ Pamart · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De IJsvogel heeft een opvallend felblauwe rug en een oranjebruine onderzijde. Vaak zit hij rechtop op een lage tak boven helder water naar kleine vissen te speuren. Meestal wordt hij ontdekt wanneer hij als een blauwe flits laag over het water vliegt en zijn scherpe roep laat horen. Een gevangen vis wordt tegen een tak geslagen en daarna met de kop naar voren ingeslikt.

Voorkomen

IJsvogels leven bij helder, visrijk en niet te snel stromend water. Voor hun nest graven ze een lange gang in een steile oever, wortelkluit of speciaal aangelegde broedwand. In Meijendel worden geregeld vissende vogels gezien en sinds het begin van deze eeuw worden ook territoria vastgesteld. De aantallen blijven klein en kunnen na perioden met ijs sterk terugvallen.

Vogelkenmerken

Visetende holenbroeder van helder water met steile oevers of wortelkluiten.

Ecologische vogelgroepen: Slobeend-groep; IJsvogel-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: water. Foerageermethode: sonderen.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol. Oorsprong nestholte: zelf uitgehakt.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0

Achtergrond

De meeste Nederlandse IJsvogels zijn standvogels. Daardoor zijn ze kwetsbaar wanneer ondiep water langdurig dichtvriest. Na zachte winters kan de populatie zich snel herstellen, omdat een paar meerdere broedsels kan grootbrengen. Schonere wateren en meer geschikte nestwanden hebben het landelijke herstel ondersteund.

Bescherming

Belangrijk zijn helder, visrijk water, ijsvrije plekken, overhangende zitplaatsen en rustige steile oevers. Een broedwand moet vóór het broedseizoen worden onderhouden. Tijdens bewoning mogen wand en directe omgeving niet worden verstoord of afgegraven.

Bron: Sovon – IJsvogel.