Terug naar soorten

Kerkuil

Tyto alba Kerkuilen

Broedvogel
6jaren
11territoria
3hoogste jaar

2016 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Kerkuil zittend op een houten paal
Foto: User:Alun Williams333 CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Kerkuil

Opname: Onbekende maker; zie bronpagina · Wikimedia Commons · CC BY 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Kerkuil is een lichte, langpotige uil met een hartvormig gezicht. Hij jaagt vooral ’s nachts laag boven open terrein op veldmuizen, spitsmuizen en andere kleine zoogdieren. De vlucht is zacht en geruisloos.

Voorkomen

Dankzij gerichte bescherming en nestkasten heeft de Kerkuil zich landelijk sterk hersteld en neemt de populatie nog toe. In Meijendel is de soort een zeer schaarse broedvogel. Een nestkast in bezoekerscentrum De Tapuit wordt sinds 2016 door Kerkuilen gebruikt.

Achtergrond

Het broedsucces volgt de muizenstand en kan daardoor sterk tussen jaren verschillen. Kerkuilen gebruiken rustige schuren, kerktorens en ruime nestkasten en kunnen in voedselrijke jaren meer dan één broedsel grootbrengen.

Bescherming

Rustige nestplaatsen, veilige toegangen tot gebouwen en muizenrijk, extensief beheerd grasland zijn essentieel. Verkeersslachtoffers kunnen worden beperkt door aantrekkelijke ruige bermen niet direct langs drukke wegen te concentreren.

Bron: Sovon – Kerkuil.

Vogelkenmerken

Ecologische vogelgroepen: Zwarte Roodstaart-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: bodem, lage vegetatie, struiklaag. Foerageermethode: grondpikken.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: nestkast, gebouw of constructie. Oorsprong nestholte: kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0