Vogelgeluid
Legacycollectie VWG MeijendelVogelgeluid van Kleinste Jager
Bron: Hans Dijkstra
Beschrijving
Jagers komen in vier maten: de Grote, Middelste, Kleine en Kleinste jager. De Grote is tot 58 cm lang, de Kleinste tot 41, de andere twee zitten daar 'gelijkmatig' tussen.
De Kleinste Jager is een slanke vogel en zo groot als een Kokmeeuw. Deze Jager heeft lange slanke vleugels en lijkt sternachtig in de vlucht. De bovenzijde is grijsbruin, de buik lichtgrijs en borst en hals zijn wit. Een adult in zomerkleed heeft een zwarte kopkap. Een opvallend kenmerk zijn de erg lange verlengde middelste staartpennen.
Kleinste Jagers eten vis of visafval van trawlers. Net als de andere jagers zitten ze ook andere vogels net zo lang achterna tot die hun prooi loslaten of zelfs opbraken (kleptoparasitisme ). In de broedtijd zijn ze afhankelijk van lemmingen, maar eten dan ook andere kleine knaagdieren, vis, ongewervelde dieren en bessen en roven ook nesten leeg.
Kleinste Jagers broeden in de (sub)arctische toendra’s en fjells van Noord-Europa en Noord-Amerika, zowel in het binnenland als langs de kust. Het nest is een kuiltje in de droge tundra en er is tijd voor één legsel.
Buiten broedtijd zijn het uitgesproken zeevogels. Het zijn trekvogels, die grote afstanden afleggen en overwinteren in zuidelijke oceanen, ze zijn ‘s winters tot op de wateren rond Antarctica te vinden. Ze trekken wat meer over land dan de andere jagers en worden dan ook in Nederland gezien, vooral in augustus-september. De paar voorjaarswaarnemingen komen uit mei-juni (bron: Sovon ).
De Kleinste Jager is een slanke vogel en zo groot als een Kokmeeuw. Deze Jager heeft lange slanke vleugels en lijkt sternachtig in de vlucht. De bovenzijde is grijsbruin, de buik lichtgrijs en borst en hals zijn wit. Een adult in zomerkleed heeft een zwarte kopkap. Een opvallend kenmerk zijn de erg lange verlengde middelste staartpennen.
Kleinste Jagers eten vis of visafval van trawlers. Net als de andere jagers zitten ze ook andere vogels net zo lang achterna tot die hun prooi loslaten of zelfs opbraken (kleptoparasitisme ). In de broedtijd zijn ze afhankelijk van lemmingen, maar eten dan ook andere kleine knaagdieren, vis, ongewervelde dieren en bessen en roven ook nesten leeg.
Kleinste Jagers broeden in de (sub)arctische toendra’s en fjells van Noord-Europa en Noord-Amerika, zowel in het binnenland als langs de kust. Het nest is een kuiltje in de droge tundra en er is tijd voor één legsel.
Buiten broedtijd zijn het uitgesproken zeevogels. Het zijn trekvogels, die grote afstanden afleggen en overwinteren in zuidelijke oceanen, ze zijn ‘s winters tot op de wateren rond Antarctica te vinden. Ze trekken wat meer over land dan de andere jagers en worden dan ook in Nederland gezien, vooral in augustus-september. De paar voorjaarswaarnemingen komen uit mei-juni (bron: Sovon ).