Terug naar nieuws

Rode-Lijstvogels verliezen weer terrein in Meijendel

4-11-2026

De broedvogeltelling van 2026 laat weer een terugval van Rode Lijst soorten zien. De Rode Lijst bevat vogelsoorten die in Nederland in hun voortbestaan bedreigd worden. De afname van dit jaar past in een langere negatieve ontwikkeling in Meijendel. Ook de vergelijking met de landelijke ontwikkeling stemt negatief. Hoe kan dat in een gebied dat al ruim 15 jaar een beschermd natuurgebied is?

In Meijendel onderzochten we dit jaar in totaal 49 vogeltelgebieden. Daar zijn 461 territoria van 17 Rode-Lijstsoorten gemeld. Een territorium is een gebied dat een vogel in het broedseizoen bezet. Voor de vergelijking met vorig jaar gebruikten we alleen de 44 vogeltelgebieden die in beide jaren zijn geteld. In de 44 vogeltelgebieden die ook in 2025 zijn geteld, daalde het aantal gemelde Rode-Lijstsoorten van 20 naar 14. Het aantal territoria ging van 468 naar 419. Dat is ongeveer 10% minder, op precies hetzelfde oppervlak. In 26 vogeltelgebieden die zowel in 1990 als in 2026 zijn onderzocht, daalde het aantal Rode-Lijstterritoria van 676 naar voorlopig 240. Ongeveer twee derde minder.

Ook de vergelijking met de landelijke ontwikkeling geeft reden tot zorg. Voor 21 Rode-Lijstsoorten kunnen we de ontwikkeling sinds 1990 zowel in Meijendel als in Nederland volgen. Daarbij telt iedere soort even zwaar mee. Deze groep ging in Meijendel sterker achteruit dan landelijk. Na een sterke daling tot 2010 volgde hier enig herstel. De voorlopige cijfers van 2026 laten zien dat daarvan weinig over is.

De verliezen raken vogels uit verschillende soorten gebiedern van het duin. Voor de Zomertortel, Tapuit en Grote Karekiet is in 2026 op geen van de 49 onderzochte vogeltelgebieden een territorium gemeld. De Tapuit zoekt zijn voedsel op open grond. De Grote Karekiet broedt in stevig riet boven water. De Nachtegaal heeft struiken met ondergroei nodig. 

De Nachtegaal was in 2026 met 232 territoria nog altijd de talrijkste Rode-Lijstsoort in Meijendel. Samen met de Graspieper (76) en Kneu (56) leverde hij bijna vier vijfde van de 461 territoria. Toch neemt ook de Nachtegaal hier sinds 1990 af. Een hoog totaal kan dus samengaan met verlies.

De bescherming van Meijendel sinds 2010 als Natura 2000-gebied heeft deze achteruitgang niet voorkomen. De eerlijkheid gebiedt te melden dat voor Rode-Lijstbroedvogels als groep geen apart Natura 2000-doel is bepaald. Er zijn wel doelen om bijvoorbeeld de grijze duinen uit te breiden en hun kwaliteit te verbeteren. De Tapuit geldt officieel als een typische soort van dit leefgebied. Zijn ontwikkeling zegt daarmee ook iets over de kwaliteit van het duin.

Dunea probeert met begrazing, het verwijderen van begroeiing en meer verstuiving het duin te herstellen. Uit de vogeltellingen alleen kunnen we het effect daarvan niet bepalen. Er ontbreekt voor de vergelijking over 1990–2026 een goed overzicht van wat er waar precies is gedaan. Daardoor kunnen we veranderingen bij vogels moeilijk aan bepaalde ingrepen koppelen. Voor het beheer blijven daarmee twee vragen open staan. Wat werkt nog voor de vogels die er zitten? En wat is er veranderd op de plekken waar andere soorten verdwenen?