Terug naar kavels

Kavel 3

Bezet
31.57 hectare, 8.20 ha water
1958-2025 telperiode
89soorten
13728territoria

Kavelgrenzen

Ingezoomd op dit kavel, met de Sovon Avimap-grens bovenop de PDOK-luchtfoto.

Kavel 3 ligt in de zuidhoek van de T-splitsing gevormd door het fietspad Scheveningen – Wassenaarse Slag en het fietspad naar Boerderij Meijendel. Er is vanaf 1986 elk jaar in het broedseizoen geïnventariseerd.

Het kavel is ruim bedeeld met infiltratieplassen. Na het broedseizoen worden ze door grote aantallen watervogels bevolkt, met name Meerkoeten, Grauwe Ganzen, Kuif-, Tafel-, en Krooneenden. Regelmatig krijgen zij korte tijd gezelschap van wintergasten, zoals Brilduikers, Grote Zaagbekken en Nonnetjes. Tijdens het broedseizoen blijven er van de genoemde standvogels enkele paartjes over. In de rietkragen zijn er territoria van o.a. Roerdomp en Waterral.

De rietkragen bevatten in het broedseizoen ook territoria van zangvogels. De Kleine Karekiet komt het meest voor. Hun aantal neemt echter sterk af: van gem. 45 in de periode 1998-2002 naar gem. 15 in de periode 2018-2022. Een snel in aantal toenemende nieuwkomer - vanaf 2019 - is Cetti’s Zanger. Vaste bewoners in de broedtijd over de jaren heen, zij het in bescheiden aantallen, zijn Sprinkhaanzanger, Rietzanger, en Rietgors.

Zangvogels van bos en duin met gem. meer dan tien territoria in de periode 2018-2022 zijn Tjiftjaf (20), Fitis (18), Vink (16), Zwartkop (16), Nachtegaal (14), Grasmus (13) en Koolmees (12). Ook Heggenmus, Merel, Tuinfluiter, Braamsluiper en Pimpelmees hebben jaarlijks meerdere territoria, zij het minder dan tien. Betrekkelijk nieuw zijn Boomleeuwerik en Boompieper. Het lijkt erop dat hun aanwezigheid in het broed- en zomerseizoen van blijvende aard is. Noemenswaard is de toename van Tuinfluiter en Zwartkop. De significante aanwezigheid van de Nachtegaal is verheugend, in het bijzonder gegeven de snelle achteruitgang in andere gebieden in Nederland.

Er zijn jammer genoeg ook soorten, die ooit tot de ‘gewone’ broedvogels behoorden, maar die inmiddels dit kavel voorgoed verlaten lijken te hebben. De meest opvallende zijn Geoorde Fuut, Bergeend, Fazant, Zomertortel, Roodborsttapuit, Tapuit en Kneu.

Jaarresultaten uit Meijendel

JaarSoortenTerritoria
202543212
202438223
202339202
202241213
202144217
202039241
201939247
201837221
201739220
201644265
201539256
201441277
201340230
201238206
201133194
201034168
200936178
200840219
200746248
200641249
200544240
200436275
200340287
200239280
200136304
200043296
199941285
199843287
199738272
199643283
199541367
199443337
199334248
199231241
199139239
199039277
198934241
198833229
198736223
198634168
198327242
198232256
198132204
198035210
197931219
197828136
19762198
19751993
197428135
197330184
197226171
197126178
197027158
196926135
196830133
196731145
196635202
196526180
196429161
196323104
196227129
19612691
196022116
195920102
19581481

Vegetatieontwikkeling uit het PQ-meetnet

Voor dit kavel zijn gekoppelde vegetatieopnamen beschikbaar van 2010 tot en met 2023. Alleen werkelijk gemeten jaren worden getoond.

4meetjaren
1maximaal aantal PQ's per jaar
2023laatste vegetatiemeting
Jaar PQ's Taxa Rijkdom/PQ Bedekkingssom/PQ Shannon Dekking
2023 1 30 30.0 156.0 2.44 beperkt
2020 1 27 27.0 196.0 2.17 beperkt
2017 1 33 33.0 239.0 2.46 beperkt
2010 1 19 19.0 166.0 1.80 beperkt

Bronstatus: voorlopig · import 2026-07-17 · soortenlijst Nld2020 / Floranld_2020 (naam te bevestigen). De Provincie Zuid-Holland heeft deze voorlopige gegevens beschikbaar gesteld; PZH en CBS controleren de historische meetnetgegevens nog.
Historische PQ-geometrie is per opname aan de kavelgrens gekoppeld. Ontbrekende meetjaren zijn niet geïnterpoleerd. De waarden zijn beschrijvende vegetatie-indicatoren en bewijzen op zichzelf geen oorzaak-gevolgrelatie met vogelontwikkelingen.