Terug naar kavels

Kavel 33

Bezet
33.12 hectare, 3.41 ha water
1974-2025 telperiode
77soorten
5309territoria

Kavelgrenzen

Ingezoomd op dit kavel, met de Sovon Avimap-grens bovenop de PDOK-luchtfoto.

Kavel 33 ligt tussen het strand en het terrein van Dunea in Scheveningen. Het fietspad tussen Scheveningen en de Wassenaarse Slag loopt door het oostelijk deel van het gebied. Het kavel bevat plassen, bosgedeelten en open terrein.

Er is onafgebroken geïnventariseerd in de broedseizoenen van 1974 t/m 1983. Ook van 1987 t/m 1989 zijn gegevens bekend. Sinds 2009 wordt het kavel weer geteld.

Fitis, Kuifeend, Heggenmus en Nachtegaal spanden in de jaren '70 en '80 de kroon in aantal territoria, gevolgd door Veldleeuwerik, Meerkoet en Winterkoning. Van dit rijtje is tegenwoordig de Veldleeuwerik verdwenen. Daarvoor in de plaats heeft de Graspieper zich gevestigd; deze is steeds aanwezig met 1 tot 4 territoria. Gekraagde Roodstaart, Boomleeuwerik en Kneu lijken hun aantal territoria uit te breiden.

Je kunt er jaarlijks bijna de klok op gelijk zetten wanneer soorten als Heggenmus, Tjiftjaf, Zwartkop, Fitis, Sprinkhaanzanger, Grasmus, en Roodborsttapuit zich aanmelden. De Torenvalk, die nestelde in de nabijgelegen watertoren, wordt nog wel regelmatig biddend in K33 gezien en de familie Buizerd draait er wat rondjes.

Op de drie waterpartijen zijn het hele jaar door, dus ook ‘s winters, naast Meerkoet en Dodaars, Kuifeenden, Tafeleenden, Wilde eenden en Krooneenden te zien. Een Waterral werd er eens bijna door een Havik geslagen. In het riet langs de oevers van het water zijn Kleine Karekiet, Bosrietzanger en Rietzanger regelmatige zomergasten. En er zit elk jaar wel ergens een Tuinfluiter. De Glanskop komt onregelmatig tot broeden in dit kavel.

Er vliegen regelmatig tot wel 20 Zwarte Kraaien in dit kavel rond, maar slechts enkele komen hier tot broeden. De rest doet maar wat en vliegt er rond. Let in dit kavel verder op soorten als Roerdomp en IIsvogel die vanuit een noordelijker kavel zuidwaarts foerageren.

Sinds 2009 worden in dit kavel ook in het najaar en de winter alle aanwezige vogels geteld. Vanaf 2019 gebeurt dat jaarrond. Vooral in de trektijd kom je verrassingen tegen. In het voorjaar foerageren geregeld Gele Kwikstaarten in de duinvallei en soms zitten daar ook Engelse en Noordse tussen. Je kunt dan ook Tapuiten en Beflijsters in het kavel aantreffen. In 2011 is als zeldzaamheid de Roodmus zingend aanwezig geweest.

Paapjes zul je vooral in het najaar vinden. Koperwieken en Kramsvogels willen nog wel eens maanden blijven rondhangen. In de winter moet je ook opletten of er niet onverwacht een Houtsnip opvliegt.

Jaarresultaten uit Meijendel

JaarSoortenTerritoria
202553267
202444259
202346245
202241223
202147219
202044230
201942233
201845207
201739209
201646237
201539198
201440222
201334127
201238153
201138167
201037163
200932121
198933165
198834172
198732161
198329125
198226144
198131128
198029114
197923118
197826129
197726140
197628132
197531150
197424151

Vegetatieontwikkeling uit het PQ-meetnet

Voor dit kavel zijn gekoppelde vegetatieopnamen beschikbaar van 1999 tot en met 2024. Alleen werkelijk gemeten jaren worden getoond.

8meetjaren
2maximaal aantal PQ's per jaar
2024laatste vegetatiemeting
Jaar PQ's Taxa Rijkdom/PQ Bedekkingssom/PQ Shannon Dekking
2024 2 29 19.5 199.0 2.12 beperkt
2021 2 46 30.0 216.5 2.32 beperkt
2018 2 56 37.0 231.0 2.51 beperkt
2015 2 46 29.0 148.5 2.65 beperkt
2011 2 42 27.5 185.5 2.44 beperkt
2007 2 38 25.5 192.0 2.33 beperkt
2003 2 38 23.0 107.5 2.43 beperkt
1999 2 42 22.5 138.0 1.93 beperkt

Bronstatus: voorlopig · import 2026-07-17 · soortenlijst Nld2020 / Floranld_2020 (naam te bevestigen). De Provincie Zuid-Holland heeft deze voorlopige gegevens beschikbaar gesteld; PZH en CBS controleren de historische meetnetgegevens nog.
Historische PQ-geometrie is per opname aan de kavelgrens gekoppeld. Ontbrekende meetjaren zijn niet geïnterpoleerd. De waarden zijn beschrijvende vegetatie-indicatoren en bewijzen op zichzelf geen oorzaak-gevolgrelatie met vogelontwikkelingen.