Kavel 15 strekt zich vanaf het fietspad uit tot aan zee. Aan de oostkant is er een plas in het kavel en aan de westkant de zeereep. Het kavel heeft een voornamelijk open karakter.
De Grasmus, de Fitis, de Tjiftjaf en de Heggenmus zijn (in deze volgorde) in dit kavel momenteel de soorten met de meeste territoria in de broedtijd, gevolgd door Meerkoet, Graspieper, Nachtegaal en Merel.
Verdwenen zijn de meeuwen (hier was in de tachtiger jaren een deel van de meeuwenkolonie van Meijendel), de Ringmus, de Tapuit en de duiven (Houtduif en Zomertortel). Ook de Scholekster, de Wulp en de Fazant bezetten er al jaren geen territoria meer. Boomleeuwerik, Blauwborst en Roodborst Tapuit zijn enkele van de soorten die ervoor in de plaats zijn gekomen, zij het niet in grote aantallen.
In de herfst en winter is het er in het algemeen vrij rustig. Soms zijn er groepen verzamelde vogels (zoals Grauwe Ganzen, Meerkoeten of sommige lijstersoorten) in het kavel aanwezig.