Oeverzwaluw

Aantalsontwikkeling van deze kolonievogel in Meijendel.

Meer over de Oeverzwaluw

Riparia riparia · Zwaluwen

Oeverzwaluw
Foto: Riparia_riparia_-Markinch,_Fife,_Scotland_-flying-8.jpg : Nigel Wedge from Fife, Scotland derivative work: Snowmanradio ( talk ) CC BY 2.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Oeverzwaluw

Opname: Pascal Christe · Wikimedia Commons · CC BY-SA 4.0 · bewerkt door VWG Meijendel

Beschrijving

De Oeverzwaluw is de kleinste van 'onze' zwaluwsoorten. Het is een bruine vogel met witte keel en buik, gescheiden door een bruine borstrand. Hij heeft een licht gevorkte staart. Oeverzwaluwen zijn trekvogels die in zuidelijk Afrika overwinteren, tot ver in de Kaapprovincie. Eind april komen ze terug naar de broedgebieden en verzamelen zij zich bij plassen, meren en rivieren. Ze komen zelden op de grond, behalve om te slapen; buiten het broedseizoen gebeurt dat in grote groepen.

Vanuit de verzamelgebieden gaan ze naar de oude nestelplaatsen aan open water, waar steile, zandige oevers zijn. Door het verdwijnen van natuurlijke oevers is de Oeverzwaluw sterk in aantal achteruit gegaan. Door de aanleg van speciale wanden is de soort tegenwoordig plaatselijk weer algemeen aanwezig. Ook door de mens gemaakte steile wanden zijn geschikt zoals een gronddepot of zandafgraving.

Mannetje en wijfje graven samen een tunnel in de zandige of leemachtige wand. De tunnel is tot wel anderhalve meter diep. Aan het eind ervan wordt een nestkamer gemaakt die met gras en veertjes wordt bekleed. Daar komen 4 of 5 eieren in te liggen die door beide ouders worden uitgebroed. De ouders brengen de jongen samen groot en voeren ze met muggen, kevers en andere insecten die ze in de regel laag boven het water vliegend vangen. Gewoonlijk zijn er twee broedsels.

De kolonie Oeverzwaluwen in de Ganzenhoek.
Foto: Jan Westgeest.
Klik de foto voor een vergroting


Na het broedseizoen gaan deze zwaluwen ongeveer eind september terug naar de overwinteringsgebieden in de Sahel.

Taxonomie. Er zijn verschillende 'zwaluwen' te vinden in Nederland. Deze Oeverzwaluw is nauw verwant aan Huiszwaluw en Boerenzwaluw en behoort tot de familie der Hirundinidae. De Gierzwaluw zit in een andere familie, Apodidae, uit de orde Apodiformes ('Gierzwaluwachtigen') en is eigenlijk helemaal geen zwaluw maar meer verwant aan de kolibri. Dan is er verder nog de Nachtzwaluw en dat is in taxonomische zin ook geen echte 'zwaluw' maar die behoort tot de familie Caprimulgidae, de nachtzwaluwachtigen.

Voorkomen

Geschikte broedgelegenheid voor Oeverzwaluwen is doorgaans maar korte tijd beschikbaar, waardoor jaarlijkse verplaatsingen van kolonies aan de orde van de dag zijn. Ook de landelijke aantallen variëren enorm, met na de eeuwwisseling in gunstige jaren tot 30.000 paren maar in andere jaren nog niet de helft. Nog diepere inzinkingen, zoals midden jaren tachtig, vielen samen met extreme droogte in de Sahel, het overwinteringsgebied. Pieken vallen samen met voldoende neerslag aldaar en een hausse aan bouw- en graafactiviteit in Nederland. Grootschalige oeverafslag langs de Grensmaas, de enige rivier met volledig natuurlijke oevers, kan gedurende enkele jaren duizenden Oeverzwaluwen nestgelegenheid bieden.

Oeverzwaluwen hebben in 2015 Meijendel gevonden om te broeden, de Ganzenhoek om precies te zijn. Waren het in 2015 twee paartjes die een nest hebben gegraven, in 2016 waren dat er liefst elf. Lees het hele bericht via deze link. Helaas is de duinwand daarna dermate afgekalfd, dat de zwaluwen in 2017 niet terug kwamen om te broeden.

Vogelkenmerken

Koloniale holenbroeder van steile zandwanden; jaagt op vliegende insecten en gebruikt schone nestopeningen en krabsporen als broedindicator.

Ecologische vogelgroepen: Vogels van pionierbegroeiingen (Kleine Plevier-groep). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: overwegend (klasseproxy 75%). Foerageersubstraat: lage vegetatie, water, lucht. Foerageermethode: continue luchtjacht.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 0.05 meter. Aandeel holenbroeden: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Type nestholte: bodem- of konijnenhol. Oorsprong nestholte: bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Sahel. Trekstrategie: lang.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0