Meer over de Aalscholver
Phalacrocorax carbo · Aalscholvers
Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Aalscholver
Opname: Sonothèque ADVL · Wikimedia Commons · CC0 1.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Beschrijving
In Berkheide, Solleveld en Meijendel zien we niet alleen overvliegende Aalscholvers, maar ook rustende exemplaren, vaak in de karakteristieke drooghouding (onderste foto). Bij het zwemmen worden immers de veren nat, dit in tegenstelling tot de meeste watervogels. Alleen de buitenste veren van de aalscholver worden nat en zo blijft er dus nog steeds een isolerend laagje. Dat natte verenpak vermindert overigens het drijfvermogen en dat vergemakkelijkt de jacht onder water op vis. Ook zijn de beenderen bij Aalscholvers slechts met weinig lucht gevuld, zodat ze bij het zwemmen diep in het water liggen. Vergelijk dat eens met pelikanen en Jan-van-genten die hoog op het water liggen; die hebben dan ook vaak heel andere jachtmethoden.
De aanwezigheid van Aalscholvers in onze duinen is toch wel wat bijzonder. Nooit eerder was er sprake van kustkolonies tot in 1984 een kolonie op Voorne ontstond, in 1988 in Meijendel en in 1992 in de Amsterdamse Waterleidingduinen. Door het toenemen van het aantal nesten en afsterven van nestbomen verspreiding de Aalscholvers zich in ons duingebied en neemt het aantal kolonies èn nesten toe.
De Aalscholvers uit de duinen vissen niet alleen in onze binnenwateren, de vogels uit de kustkolonies halen een groot deel van hun voedsel uit zee, een nieuwe ontwikkeling. (Lees verder hieronder in 'Zoutwaterkolonies'.)
De verschillen tussen 'onze' Aalscholver (Phalacrocorax carbo sinensis) en de Grote Aalscholver die m.n. langs de Noord-Atlantische kust voorkomt (Phalacrocorax carbo carbo) zijn subtiel. In een korte pdf wordt met wat foto's het onderscheid beschreven. Klik deze link.
Een gedetailleerde verhandeling over de Grote Aalscholver is te vinden in een artikel in DutchBirding.
Een prima vergelijking tussen beide ondersoorten is te vinden op "The Sound Approach" (engelse taal).
Voorkomen
De kolonie in Meijendel begon met één broedpaar in 1988. In 1992 waren het er 21 en in 1993 een ruime verdubbeling naar 44. Sinds 2017 is die sterke groei er uit. De piek wat betreft het aantal nesten in Meijendel ligt (voorlopig?) op 921 in 2018. Getuige de grafiek met tabel hierboven, volgt het aantal broedparen in Meijendel globaal de landelijke trend.
Aanvankelijk was de kolonie gehuisvest in en rondom de kavels 1A en 1B. Door de toegenomen aantallen broedparen zijn er inmiddels meerdere kavels in Meijendel waar Aalscholvers broeden; klik een jaartal in genoemde tabel om de kavels in dat jaar op een kaartje weer te geven.
Vogelkenmerken
Koloniaal broedende viseter van open wateren en moerasbossen.
Ecologische vogelgroepen: Buidelmees-groep. Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: Vogelrichtlijn
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: water. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: beperkt (klasseproxy 25%). Nesthoogte: circa 5 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: gedeeltelijk.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0
Achtergrond
Zoutwaterkolonies
De vogels uit de kustkolonies halen een groot deel van hun voedsel uit zee. De kustkolonies worden daarom ook wel zoutwaterkolonies genoemd. Dat is een nieuwe ontwikkeling. Aalscholverkolonies in ons land waren altijd nabij plassen, meren of rivieren gevestigd. Nu halen ze platvis en spiering uit de zee! De Aalscholvers uit de duinen vissen zeker ook in onze zoete binnenwateren en soms zelfs in kleine slootjes. Bij slechte weersomstandigheden op zee zoeken de Aalscholvers het binnenland op. Hoe de verhouding zeevis-zoetwatervis in het totale voedselpakket is, weten we niet. Echter, vooral in het voorjaar en de zomer worden veel Aalscholvers zeewaarts vliegend gezien.U kunt dat zelf ook vaststellen als u een tijdje op de Prinsenberg in Meijendel blijft staan. De Prinsenberg is het hoogste punt van het fietspad tussen Scheveningen en vallei Meijendel. In de broedtijd – en al eerder – kunt u de Aalscholvers heen en weer zien vliegen tussen de kolonie en de zee. Soms hele groepen tot wel 50 stuks, in linie of in V-vorm vliegend. Meestal is de vliegrichting noordelijk; er wordt vaak gevist voor de kust tussen Wassenaar en Katwijk, maar ook geregeld tussen Scheveningen en Wassenaar. Als u bij de strandopgang van Meijendel blijft staan en een verrekijker bij u heeft, is vooral bij rustig weer meer te zien. Soms wordt niet al te ver van het strand gevist. Door de verrekijker kunt u dan zien dat de aalscholvers aan ‘sociaal’ vissen doen. Ze vissen in groepen, vaak in linie, en werken zo al zwemmend, drinkend, vangend, slikkend een stuk zee af. Dan, als de krop vol genoeg is, wordt groepsgewijs de terugvlucht aanvaard. Het komt ook voor dat de vogels veel verder de zee opgaan. Ze zijn dan vanaf de kust niet meer te zien, de afstand kan wel zo’n 20 kilometer bedragen.
Het is bekend dat bomen waarin reigers of aalscholvers nestelen op den duur sterven. Door het steeds maar afbreken van takken en bladeren voor het nest en de voortdurende mestproductie, is zo’n nestboom na een jaar of vijf dood. Zo moet de kolonie dus regelmatig opschuiven naar nieuwe nestbomen. In Meijendel is dat proces al aan de gang; voorlopig is er nog voldoende ruimte. Wat natuurlijk ook meetelt is de verblijfsduur van de broedende vogels en later de jongen in het nest. Oudervogels kunnen in februari al op het nest baltsen en in maart/april vindt dan meestal de paring plaats. Het broeden duurt ongeveer vier weken. De jongen hebben zeven weken nodig om goed in de veren te komen. Vliegen kunnen ze na ongeveer acht weken. Een nest is dus drie tot vier maanden bezet als alles goed verloopt. Dat gebeurt echter lang niet altijd. De meeste aalscholvers gaan in hun vierde levensjaar broeden, echter het gebeurt nogal eens dat jongere vogels in de loop van april een plek in de kolonie proberen te veroveren; vogels van twee jaar kunnen namelijk ook nog wel eens tot broeden komen. Het indringen van deze jongere vogels brengt veel onrust teweeg, dat weer leidt tot verstoorde broedsels. Als de rust is hersteld, wordt nog wel een vervolglegsel geproduceerd, waardoor het verblijf in het nest met minstens een maand wordt verlengd.