Terug naar soorten

Boomkruiper

Certhia brachydactyla Boomkruipers

Broedvogel
51jaren
2387territoria
125hoogste jaar

1973 t/m 2025 · bron: Meijendel-database

Boomkruiper klimmend langs een dennestam
Foto: Charles J. Sharp CC BY-SA 4.0 Bron

Vogelgeluid

VWG Meijendel en openbare bronnen

Vogelgeluid van Boomkruiper

Opname: VWG Meijendel · VWG Meijendel · Alle rechten voorbehouden · bewerkt door VWG Meijendel

Dichtheid per km2

Territoria per km²
Dichtheid

Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.

Beschrijving

De Boomkruiper is een kleine, goed gecamoufleerde bosvogel die het hele jaar in Nederland aanwezig is. Hij zoekt voedsel langs stammen en takken, vrijwel altijd van beneden naar boven en soms spiraalsgewijs rond de stam. Een Boomklever kan, anders dan de Boomkruiper, ook met de kop omlaag langs een stam lopen.

Met zijn dunne, kromme snavel haalt de Boomkruiper insecten en spinnen uit kieren en spleten in de boomschors. Het nest wordt gemaakt achter loszittende schors, in een spleet, nauwe boomholte of geschikte nestkast. Gewoonlijk zijn er twee broedsels.

De soort lijkt sterk op de Taigaboomkruiper en de kortsnavelboomkruiper. Vooral geluid, wenkbrauwstreep, kleur van de onderdelen en het vleugelpatroon kunnen bij de determinatie helpen.

Voorkomen

De hoogste dichtheden komen voor in gevarieerd en niet te intensief onderhouden bos met een groot aandeel loofhout en voldoende forse bomen met ruwe schors. De Boomkruiper neemt landelijk al tientallen jaren toe. Het ouder worden van bossen en de aanleg van parken, lanen en singels hebben de verspreiding bevorderd.

Ook in Meijendel nam de Boomkruiper geleidelijk toe. De soort kan model staan voor verschillende bosvogels die hebben geprofiteerd van het ouder en structuurrijker worden van delen van het duinbos.

Achtergrond

Verschillen tussen Boomkruiper en Taigaboomkruiper

Het onderscheid tussen Boomkruiper en Taigaboomkruiper is niet eenvoudig. De kortsnavelboomkruiper is daarbij geen derde soort, maar de Midden-Europese ondersoort van de Taigaboomkruiper.

De Taigaboomkruiper heeft doorgaans wittere onderdelen en een duidelijker witte wenkbrauwstreep. Ook het geel-oranje patroon op de handpennen verschilt. Door individuele variatie is een zekere determinatie op één uiterlijk kenmerk riskant.

Roep en zang zijn vaak belangrijker. De roep van de Taigaboomkruiper is dunner en ijler. De zang begint hoog en daalt vervolgens, terwijl de zang van de Boomkruiper tegen het einde juist stijgt.

Ook plaats en tijd geven informatie. De noordelijke vorm van de Taigaboomkruiper is vooral vanaf half oktober als zeldzame trekvogel langs de kust te verwachten. De kortsnavelboomkruiper broedt in kleine aantallen in Zuid-Limburg en delen van Oost-Nederland. Een waarneming buiten die gebieden vraagt om goede documentatie, foto’s en bij voorkeur een geluidsopname.

Meer informatie: Vogelbescherming – Taigaboomkruiper.

Bescherming

De landelijke staat van instandhouding is gunstig. Voor de Boomkruiper is vooral het behoud van oudere bomen met ruwe schors, spleten en loszittende bast belangrijk. Gevarieerd bosbeheer, behoud van dood hout en gefaseerd verwijderen van oude bomen voorkomen dat nest- en voedselplekken in één keer verdwijnen.

Bron: Sovon – Boomkruiper.

Vogelkenmerken

Kleine boomstamklimmer, zoekt insecten tussen schorsspleten van loofbomen.

Ecologische vogelgroepen: Bosvogels (Grote Bonte Specht-groep, Holenbroeders, Vogels van oud bos). Rode Lijst: geen. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen

Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: overwegend (klasseproxy 75%). Aandeel vliegende prooien: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).

Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: overwegend (klasseproxy 70%). Aandeel actieve luchtvangst: beperkt (klasseproxy 25%). Foerageersubstraat: boom, lucht. Foerageermethode: overige.

Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 4 meter. Aandeel holenbroeden: substantieel (klasseproxy 50%). Type nestholte: boomholte, nestkast. Oorsprong nestholte: natuurlijk, kunstmatig, bestaand, niet nader gespecificeerd.

Trek: Aandeel langeafstandstrek: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Overwinteringsregio: Europa. Trekstrategie: stand.

De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.

Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0