Vogelgeluid
VWG Meijendel en openbare bronnenVogelgeluid van Koekoek
Opname: Vladimir Yu. Arkhipov, Arkhivov · Wikimedia Commons · CC BY-SA 3.0 · bewerkt door VWG Meijendel
Dichtheid per km2
Territoria per km²Dichtheid = territoria per jaar gedeeld door het Meijendel-oppervlak in dat jaar, volgens dezelfde berekening als de dashboardkeuze “Dichtheid per km2”.
Beschrijving
De Koekoek is een slanke grijze vogel met lange staart en spitse vleugels. Het vrouwtje legt haar ei in het nest van een andere zangvogel. Iedere vrouwelijke lijn is meestal gespecialiseerd in een bepaalde waardvogelsoort.
Voorkomen
De landelijke populatie nam op lange termijn af, maar laat recent enig herstel zien. In Meijendel is de Koekoek nauw verbonden met onder meer piepers, Heggenmus, Roodborsttapuit en rietzangers. De officiële territoriummethode kan het werkelijke aantal vrouwtjes overschatten doordat roepende vogels grote afstanden afleggen.
Achtergrond
Meijendels onderzoek vergeleek geregistreerde territoria met het aantal beschikbare waardvogels. Daaruit bleek dat territoriumcijfers voorzichtig moeten worden gelezen: één Koekoek kan in meerdere kavels worden gehoord en het aantal succesvolle parasiteringen is kleiner dan het aantal territoriumregistraties.
Bescherming
Bescherming vraagt een soortenrijk landschap met veel waardvogels en grote rupsen. Riet, struweel, ruigte en open duin moeten als samenhangend mozaïek worden beheerd. Dubbeltellingen verdienen blijvende aandacht.
Bron: Sovon – Koekoek.
Vogelkenmerken
Broedparasiet van riet- en struweelgebieden met hoge dichtheid waardvogels.
Ecologische vogelgroepen: Overige soorten. Rode Lijst: RL: Kwetsbaar. Oranje Lijst: geen. Vogelrichtlijn: geen
Voedsel: Aandeel terrestrische ongewervelden: beperkt (klasseproxy 25%). Aandeel vliegende prooien: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Aandeel zaden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%).
Foerageren: Aandeel bodem en zeer lage vegetatie: substantieel (klasseproxy 40%). Aandeel actieve luchtvangst: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Foerageersubstraat: lage vegetatie. Foerageermethode: overige.
Nestplaats: Aandeel grondnesten: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Nesthoogte: circa 1 meter. Aandeel holenbroeden: niet of nauwelijks (klasseproxy 0%). Type nestholte: niet van toepassing. Oorsprong nestholte: niet van toepassing.
Trek: Aandeel langeafstandstrek: vrijwel uitsluitend (klasseproxy 100%). Overwinteringsregio: Afrika bezuiden Sahara. Trekstrategie: lang.
De percentages zijn vaste, brongebaseerde klasseproxies voor de soort in Nederland/NW-Europa; het zijn geen in Meijendel gemeten populatiepercentages.
Bronnen: Nederlands Soortenregister — vogelsoortteksten; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Vogelbescherming Nederland — online vogelgids; Life-history characteristics of European birds; Life-history characteristics of European birds; A global database of bird nest traits v2; EltonTraits 1.0