Home page Zoeken
top

Archief arrow 50 jaar tellen: Veranderingen in de broedvogelpopulatie

[23-11-2008]

Hoe heeft de vogelstand in Meijendel zich in 50 jaar ontwikkeld?

In het algemeen valt op dat er een toename is geweest van het aantal broedterritoria in de periode van ongeveer 1970 tot 1990. Daarna lijkt er sprake van meer stabilisatie. Dit zou een gevolg kunnen zijn van de steeds dichter wordende begroeiing in grote delen van het duin. Enkele bos- en struweelvogels benutten de verstruiking van terreindelen, bijv. in de zeereep. Nachtegaal, Merel, Houtduif en Gaai kwamen oorspronkelijk niet of nauwelijks als broedvogel in de zeereep voor. Nu zijn ze daar ruim aanwezig en heel recent heeft de Vink zich daar ook gevestigd, in de dubbele zeereep van kavel 13S.

Treffend is het jaar 1991. De weersomstandigheden waren zowel voor vogels als tellers bijzonder ongunstig. In het betreffende jaarverslag is een daling van ca 17 % in de territoriumaantallen van de broedvogels vastgesteld. Dit verschijnsel heeft zich toen ook elders in Nederland voorgedaan.

Bij beschouwing van de afzonderlijke soorten zien we veranderingen van dichtheden van broedvogels meer regel dan uitzondering zijn. Soms kunnen er redenen voor veranderingen aangevoerd worden, maar vaak ook niet.

Bij eendensoorten is duidelijk geworden dat vooral het voedselaanbod in de infiltratieplassen afhankelijk is van de kwaliteit van het ingelaten infiltratiewater. Hoe zuiverder hoe voedsel-armer. Daar staat tegenover dat de recente opkomst van de Krooneend juist te danken is aan de toegenomen zuiverheid omdat nu in een aantal plassen volop kranswieren aanwezig zijn.

Rietvogels zoals de Kleine karekiet en Rietgors gaan achteruit in begraasd gebied. Het vee graast riet af; de runderen en paarden waden tot buikhoogte om de rietstengels te bereiken. Opvallend is dat juist in de laatste jaren vee geregeld het riet opzoekt. De loop naar de waterkant zit er veel meer in dan in de eerste jaren van begrazing vanaf 1990. Verder is riet verdwenen bij de regeneratie van de infiltratieplassen. Het is zeer de vraag of dit in de toekomst terugkomt, gezien de voedselarmere omstandigheden en begrazing. De kwaliteit van het riet kan ook afnemen door het voedselarme infiltratiewater. Het wordt ijler en dunner. Het is goed gezien van Duinwaterbedrijf Zuid-Holland om de recente uitbreiding van het te begrazen gebied zodanig in te richten dat het vee niet in de buurt van een bepaald cluster van plassen kan komen.

Is het duin saaier geworden?

Een opmerking van deze strekking wordt wel eens door deze en gene geuit. Als bedoeld wordt dat er minder te beleven valt dan vroeger, valt op die opmerking af te dingen. Wel is het er stiller geworden, vooral in het voorjaar. Dit is gekomen door de teloorgang van de meeuwenkolonies. Bovendien is het gejodel van de Wulpen verleden tijd. De Wulp was vaak te horen in het duin nabij Den Haag en deze vogel werd in de vijftiger jaren zelfs als symbool voor de Haagse Vogelbescherming gekozen.

Natuurlijk missen we meeuwenwolken boven het duin; het gedoe als er een roofvogel of reiger langs vloog en als er een vos in de buurt kwam. Dit laatste heeft er uiteindelijk toe geleid dat de meeuwen na enige tijd vertrokken naar veiliger plaatsen voor hun eieren.

Maar wandel of fiets eens op een vroege ochtend door de duinen en spits de oren; hoeveel verschillende geluiden zijn er wel te horen, hoeveel is er te zien! Het is een kwestie van een en al oog en oor zijn! Ga er wel vroeg op uit, want fietspaden moeten tegenwoordig vooral in weekends gedeeld worden met groepen sportfietsers die voornamelijk het achterspatbord van hun voorganger zien. Daar komen dan nog bij: de planten die het duin kleuren, het gedwarrel van vlinders, gezoem van andere insecten en vooral 's avonds het koor van padden en kikkers.

Zeker is het zo dat er soorten zijn die we graag zouden terugzien, zoals bijv. de vogels van het open duin: tapuiten, veldleeuweriken, paapjes en grauwe klauwieren. Hun gemis geldt niet alleen voor Meijendel, maar voor de gehele kuststrook en meer gebieden in het land. Soorten zijn verdwenen, soorten zijn gekomen. Nieuwe soorten zijn soms min of meer aangepast aan door ons geschapen omstandigheden; denk bijv. aan de drie ganzensoorten. Toegegeven, het zijn geen exclusieve soorten voor het duin maar ze verhogen wel de levendigheid. Ook de opgang van de Boomleeuwerik is een opsteker omdat de uitbreiding van deze soort te maken zal hebben met het beleid om in het duin meer verstuiving toe te laten (m.u.v. de zeereep).

Het totaal aantal soorten broedvogels dat in 50 jaar in het broedseizoen in Meijendel is waargenomen, is 143 (Visdief en enkele exotische of tamme eenden en ganzensoorten buiten beschouwing gelaten).

Beherende instanties kunnen de diversiteit van flora en fauna in hun gebieden in stand houden of zelfs met gerichte maatregelen vergroten. De steeds groter wordende recreatiedruk werkt juist tegengesteld. Het is belangrijk om doordachte keuzes te maken en niet toe te geven aan activiteiten die eerder afbreken dan opbouwen.

Via deze link vindt u een overzicht van de vogels die sinds 1958 in Meijendel verschenen, verdwenen of er tijdelijk verbleven

naar boven