Home page Zoeken
top

VWG-Meijendel arrow Nieuws

(30-12-2013)

Decembertelling 2013: Roerdomp en Grote zaagbek, maar weinig Goudhaantjes


De resultaten van december: 72 soorten, gevonden in 23 kavels, waaronder Roerdomp, Grote zaagbek, Nonnetje en Blauwe kiekendief. Verder verscheen er op 12 december op de SOVON-site in de rubriek ‘Uit het veld’ een berichtje met als titel ‘Weinig Goudhanen?’. In Nederland blijkt het aantal getelde Goudhanen dit najaar zeer laag. Laten we ook eens bekijken hoe dat in Meijendel ligt.

De eerste Roerdompen van dit najaar zijn opgemerkt: een in kavel 3 en een in 17A! Dit laatste kavel had echter meer in petto: daar zijn ook zes Grote zaagbekken gezien alsmede twee in kavel 45, eveneens voor het eerst in dit telseizoen. En als de lijst nieuwelingen voor het huidige najaar volledig moet zijn, dienen ook het Nonnetje in kavel 45, de Blauwe kiekendieven in kavel 2, 7, 62 en 63 (of was dit steeds één en dezelfde?) alsmede de drie Kieviten in kavel 91 en de Soepeend in kavel 2 een vermelding te krijgen.

Maar hoe staat het voor Meijendel met dat alarmerende nieuwtje van SOVON over die Goudhanen, dit najaar? In heel Nederland zijn er tot dusverre weinig waargenomen. Nou ja, zó alarmerend was het misschien ook weer niet: in het berichtje zelf werd al direct aangetekend dat er tussen de jaarlijkse trekperioden forse verschillen in aantallen Goudhaantjes kunnen voorkomen. Doorgaans zijn de aantallen in oktober het grootst. In onderstaande grafiek is goed te zien dat ook in Meijendel in het algemeen in oktober de dichtheid van deze soort het grootst is.

Het verloop van de dichtheid Goudhanen en Vuurgoudhanen (hieronder) in Meijendel (in aantal/km2) gedurende herfst/winter, gemiddeld over de tellingen van 2004 t/m 2013.
De gele en blauwe stippen stellen de hoogste resp. de laagste waarden per maand voor, die in de afgelopen tien jaar zijn gevonden. De vier rode blokjes geven de waarden aan die in het afgelopen najaar zijn gevonden.

Maar dit jaar blijkt die dichtheid inderdaad enorm achtergebleven. Het geldt overduidelijk voor álle maanden waarin tot nu toe is geïnventariseerd: de waargenomen dichtheden blijken zelfs nagenoeg gelijk aan de in het laatste decennium als laagste gevonden waarden! SOVON heeft dus een punt dat ook voor ons opgaat; de moeite waard om te blijven volgen!

Het voorgaande bracht me op het idee ook nog even te kijken naar de Vuurgoudhanen. Daar zien we duidelijk een ander beeld. Globaal over de jaren bezien lijkt deze soort z’n top een maand later te tonen dan de Goudhaan: in de maand november. Verder ziet het er niet naar uit dat het verloop van de dichtheid dit jaar veel afwijkt van de normale gang van zaken. Hoogstens valt op dat de top dit najaar naar iets latere datum is verschoven. Dat past goed bij de later op gang gekomen vogeltrek, zoals we in november al hebben gezien.

En tot slot natuurlijk nog wat leuke waarnemingen: Slechtvalken (waarschijnlijk drie keer dezelfde) in de (bijna) naburige kavels 14, 15 en 17A, Bokjes in kavel 7, 33 en 75, Holenduiven in kavel 52, (nog) in totaal zeven Boomleeuweriken en vier Rietgorzen + de Tureluur in kavel 17A, de Raaf in kavel 7, de Baardman in kavel 2 en de twee IJsvogels (in de kavels 17A en 45).

Jan Westgeest [westgeest_jan@yahoo.com]

naar boven