Home page Zoeken
top

VWG-Meijendel arrow Nieuws

(19-1-2013)

Vogelbalans 2012: de conclusies.


De Vogelbalans 2012 is uit. Op de Landelijke Dag van SOVON voor de vele vrijwilligers werd het eerste exemplaar gepresenteerd. Dit jaar gaat de Vogelbalans over vogels van het boerenland. Soorten als de veldleeuwerik, patrijs en zomertortel laten een dramatische afname zien. Ze zijn het slachtoffer van de intensieve landbouw. Hierna volgen de concusies, voor de gehele pubiicatie kijk op de site van SOVON.

Boerenlandvogels zagen sinds 1960 75% van hun broedpopulatie verdwijnen. Tot de slachtoffers behoren niet alleen de bekende weide- en akkervogels, maar ook soorten van het kleinschalige cultuurlandschap zoals we dat vooral in Oost- en Zuid-Nederland kennen. De grootste verliezer is de veldleeuwerik die sinds 1960 met 96% afnam. De melodieuze zang van deze voorheen alledaagse vogel is inmiddels op veel plaatsen verstomd. Over alle soorten samen becijferen we het verlies op 3,3 tot 5,7 miljoen broedparen.

Geen enkele andere soortgroep kent in Nederland een dergelijke terugval. De belangrijkste oorzaak van deze verarming in biodiversiteit is een op maximale productie gerichte Europese landbouwpolitiek. Door ruilverkavelingen, schaalvergroting, ontwatering, vroeger en vaker maaien, gebruik van bestrijdingsmiddelen en verandering van het teeltplan zijn de leefomstandigheden van veel boerenlandvogels verslechterd.

Tegenover de teloorgang van veel broedvogels van het boerenland staat een sterke toename van een soortgroep die dit landschap vooral als voedselbron benut. Ganzen profiteerden, omdat ze planteneters zijn, als geen ander van de grootschaligheid en het energierijke voedselaanbod dat de moderne landbouw ze tegenwoordig het hele jaar biedt. In de afgelopen decennia ruilden bovendien veel soorten natuurlijke voedselbronnen in voor hoog-productieve graslanden en akkerbouwgewassen. Tegenwoordig verblijven er in Nederland in december-januari ongeveer twee miljoen ganzen. Voor het grootste deel (85%) gaat het om vogels die broeden in de arctische toendra, maar in toenemende mate mengen zich ook eigen broedvogels onder de overwinteraars.

Agrarisch natuurbeheer is niet meer weg te denken uit Nederland. Op veel plaatsen worden weidevogels door boeren en vrijwilligers beschermd en worden akkerranden aangelegd om de leefomstandigheden voor vogels te verbeteren. Sommige van deze maatregelen zijn op lokale schaal heel succesvol. Tegelijk lijkt de schaal en uitvoering onvoldoende om het tij te keren.

Voor veel soorten gaat de achteruitgang dan ook onverminderd door. Zo namen soorten als patrijs, grutto, kievit, scholekster, steenuil, zomertortel, veldleeuwerik en ringmus de laatste vijf jaar behoorlijk af. Verschillende studies demonstreren hoe belangrijk het is om maatregelen te concentreren in gebieden waar herstel van de populatie nog kansrijk is.

In deze Vogelbalans worden voorbeelden getoond van een netwerk van gebieden voor boerenlandvogels. Ook ganzen worden in speciale gebieden opgevangen om problemen met gewasschade te voorkomen. Tellingen binnen en buiten de ingestelde foerageergebieden tonen aan hoe belangrijk de juiste invulling van het beleid is.

Tegenover de misère in het boerenland staan uitgesproken positieve trends bij veel broedende moerasvogels. De stand van deze soortgroep verdubbelde in de afgelopen twintig jaar. Veel soorten profiteerden van het herstel van de waterkwaliteit in veel Nederlandse wateren en de uitbreiding van het areaal aan moerasgebieden.

Enkele spectaculaire broedgevallen in 2012 lieten zien welke aantrekkingskracht nieuw ingerichte moerasgebieden hebben. Voorbeelden zijn De Onlanden in Noord-Drenthe met broedend kleinst waterhoen en porseleinhoen en de Kropswolderbuitenpolder in Groningen met broedende witwangsterns.

 Bron: SOVON 2012.

naar boven