Home page Zoeken
top

Natuurherstelprojecten in Meijendel

De Kikkervalleien van Meijendel: terug naar de natuur

Door Marc Janssen [*]

Meijendel is een waterwingebied met infiltratieplassen. Die zijn niet allemaal meer nodig. Besloten werd de infiltratie in de Kikkervalleien te stoppen en deze duivalleien terug te geven aan de natuur. Dat gebeurde eind vorige eeuw. De vraag is hoe en hoe snel de natuur zal herstellen.

In 1995 is tussen de provincie Zuid-Holland en het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (nu: Dunea) een bestuursovereenkomst afgesloten over de toekomst van de waterwinning in de duinen. Eén van de afspraken daarin is het stoppen van de waterwinning in de Kikkervalleien (noordwest Meijendel). De invloed van de waterwinning zou moeten worden geminimaliseerd en het regenwater zou weer bepalend moeten worden voor de ecologische kwaliteit van de vochtige duinvalleien.

In het najaar van 1997 is hiermee een start gemaakt door het droogleggen van een groot deel van de daar gelegen infiltratieplas. Vervolgens is de plasbodem schoon gemaakt, ontdaan van de voedselrijke bovenste bodemlaag en is over een aanzienlijke oppervlakte rondom de plas de vegetatie verwijderd. Tevens is het oorspronkelijke reliëf, aan de hand van oude kaarten, hersteld. Dit was betrekkelijk eenvoudig omdat de plas destijds, in de jaren vijftig, zonder grote ingrepen in het duin was aangelegd. Ook zijn allerlei leidingen en putten verwijderd uit het duingebied.

De werkzaamheden van 1997 creëerden een groot gebied van circa 50 ha stuivend duin. De wind wiste vervolgens alle sporen uit van de werkzaamheden en blies het zand weg tot op het grondwater. Hier ontstonden mogelijkheden voor herstel van de van nature optredende vegetaties van vochtige, kalkrijke duinvalleien. In de jaren na de ingreep is de ontwikkeling van planten en dieren nauwkeurig gevolgd. Dit moest een antwoord geven op de vraag of de vegetatie zich in deze eerste jaren na de ingreep al in een gewenste richting zou ontwikkelen. Ook interessant was de vraag hoe de fauna erop zou reageren.

De inventarisatie heeft zich toegespitst op vaatplanten. Deze plantengroep speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van vochtige duinvalleien. Behalve de vaatplanten zijn ook waarnemingen genoteerd van mossen, zoogdieren, reptielen (zandhagedis), amfibieën, libellen en dagvlinders. Het effect van de ingreep in 1997 op de (broed)vogels is afgeleid uit de inventarisatiegegevens van de Vogelwerkgroep Meijendel.

De eerste resultaten
De vegetatie liet in de eerste drie jaar zowel een gunstige als een minder gunstige ontwikkeling zien. Gunstig was dat de vegetatie zich ontwikkelde in de richting van droge graslanden met Rode-Lijstsoorten als geelhartje, grote tijm, kruisbladgentiaan, kleine steentijm, driedistel, gewone vleugeltjesbloem, stijve ogentroost en wondklaver. Ook soorten van vochtige, kalkrijke duinvalleien als parnassia, duinrus en dwergzegge breidden zich uit. Deze ontwikkeling van plantensoorten van vochtige duinvalleien verliep verrassend snel.
Ongunstig was echter dat eveneens planten van voedselrijke omstandigheden een opmars te zien gaven. Soorten als canadese fijnstraal, speerdistel, akkerdistel, krulzuring, riet, harig wilgenroosje, duinriet en grote brandnetel waren snel na de ingreep al prominent aanwezig. Een belangrijke oorzaak hiervoor is de forse bodemverstoring die plaatsvindt bij het schoon maken van duinvalleien.

In de jaren daarna vond een verdere toename plaats van soorten als sierlijke vetmuur, waterpunge, strandduizendguldenkruid en bleekgele droogbloem. Hierdoor is het palet aan plantensoorten van pionier-gemeenschappen van (secundaire) vochtige duinvalleien over een aanzienlijke oppervlakte grotendeels compleet. De beheerder van het duingebied (Dunea) kan tevreden zijn over de behaalde resultaten.

Oeverkruid. Foto: Frans Hooijmans
De oever van deze kwelplas kleurt rood door het Oeverkruid.
In augustus 2012 kon Oeverkruid (Rode Lijst: bedreigd) aan het palet van pioniersoorten worden toegevoegd. Het groeide, met rood gekleurde bladeren, massaal langs de rand van een kwelplas.
Oeverkruid. Foto: Frans Hooijmans
Bloeiend Oeverkruid. [Foto's: Frans Hooijmans] 
Bij Stichting Duinbehoud staat een artikel over 'Nieuwe parels in de Zuid-Hollandse duinen' met o.a. de terugkeer van het Oeverkruid in de Kikkervalleien.

Een positieve ontwikkeling was ook, dat mettertijd storingssoorten als speerdistel en akkerdistel grotendeels verdwenen. Dit kwam in de eerste plaats omdat de bodem, die door de ingreep in 1997 flink verstoord was, weer tot rust was gekomen. In de tweede plaats heeft de begrazing een handje geholpen en werden plantensoorten als riet en duinriet in sterke mate onderdrukt.

Bijzondere nieuwkomers van de laatste jaren zijn fraai duizend-guldenkruid, rond wintergroen, moeraswespenorchis, moeras-kartelblad en zilt torkruid.

Binnen de Kikkervalleien gaf het zuidwestelijk deel in eerste instantie de meest gunstige ontwikkeling te zien. Al na enkele jaren schoof deze ontwikkeling snel door in noordelijke richting naar bijna alle valleien. De valleien raakten meer en meer begroeid en de verstuiving in het gebied nam sterk af. Een voor de hand liggende oorzaak voor deze kolonisatie vanuit het zuidwesten is, dat dit gedeelte grenst aan het Parnassiapad. Hier ligt een vochtige duinvallei met nog veel bijzondere plantensoorten.

Vooral pioniermossen
De relatieve rijkdom aan soorten in het zuidwestelijke deel gold behalve voor vaatplanten ook voor mossen. Hier kwamen bijvoorbeeld al snel groot veenvedermos, rondbladig boogsterrenmos en echt vetmos voor. In het hele gebied bepaalden verder wat betreft de mossen vooral pioniersoorten het beeld, zoals gewoon dikkopmos, purpersteeltje, zilver-knikmos en gewoon krulmos.

Water- en rietvogels weg, broedvogels van open grasland en kaal zand toegenomen
Door het droogleggen van de infiltratieplas is het aantal broedvogels van open water achteruit gegaan. Dit geldt bijvoorbeeld voor Slobeend, Wintertaling en Zomertaling. Ook het aantal broedvogels van riet en moeras is sterk terug gelopen. Voorbeelden hiervan zijn Kleine karekiet en Rietzanger.

Kleine plevier. Foto: www.vogeldagboek.nl
 Kleine plevier.[Foto: www.vogeldagboek.nl] 

In de eerste jaren na de ingreep in 1997 zijn in de Kikkervalleien echter ook enkele nieuwe soorten tot broeden gekomen zoals Kleine plevier, Veldleeuwerik en Witte kwikstaart. Het aantal broedvogels van open grasland en kaal zand is toegenomen. Dit geldt o.a. voor Graspieper, Kievit en Boomleeuwerik.

Libellen, vlinders en rugstreeppadden
Direct na de ingreep in 1997 waren de libellen met 18 soorten al goed vertegenwoordigd in de Kikkervalleien. Voor een aantal soorten is het verschijnen vermoedelijk een rechtstreeks gevolg van het natuurherstel. Het gaat hierbij om zwervende pantserjuffer en kleine roodoogjuffer die bekend staan als pioniers van pas ontstane (kwel)plasjes. In latere jaren komen daar soorten bij als bruine winterjuffer, viervlek en zwervende heidelibel.

Meer dan bij de libellen vormen de in de Kikkervalleien waargenomen dagvlinders een getrouwe afspiegeling van de dagvlinders in de omgeving ervan. Daaronder bevinden zich drie Rode-Lijstsoorten, te weten bruin blauwtje, kleine parelmoervlinder en heivlinder. Vooral de twee laatstgenoemde soorten, die een voorkeur vertonen voor mozaïeken van lage begroeiing en kale grond, hebben geprofiteerd van het natuurherstel.

Bij de overige diersoorten is vooral de explosieve toename van de rugstreeppad het vermelden waard.

Conclusie
De conclusie na 15 jaar natuurherstel in de Kikkervalleien van het duingebied Meijendel moet zijn, dat zich hier een waardevolle vochtige duinvallei ontwikkelt. Na een forse ingreep in het gebied heeft de wind een nieuw, natuurlijk duinlandschap gevormd. En na een periode met storingsplanten als akkerdistel en riet keren langzaam de typische vochtige duinvalleisoorten, zoals parnassia en duizendguldenkruid, terug in het duingebied.

Met het natuurherstel van de Kikkervalleien is ook een nieuwe traditie geïntroduceerd in Meijendel. De Kikkervalleien vormen een rustgebied voor de fauna en zijn afgesloten voor publiek. Echter, elk jaar in de maand juni wordt het gebied voor één dag opengesteld voor publiek. En er is natuurlijk niets leukers dan een dagje rondstruinen in een gebied waar je eigenlijk niet mag komen.
[*] Marc Janssen is consulent van de Stichting Duinbehoud.
Dit artikel kwam tot stand met medewerking van Frans Hooijmans en het drinkwaterbedrijf Dunea.
Deze tekst is overgenomen uit DuiN nr. 2, juni 2012. (DuiN is het magazine van Stichting Duinbehoud.)

naar boven