Home page Zoeken
top

VWG-Meijendel → Wintertellingen

(20-12-2019)

Decembertelling 2019: Relatief veel leuke aan water gebonden soorten


Verhoudingsgewijs zijn er dit keer veel kavels met oppervlaktewater geïnventariseerd. Deze kavels krijgen overigens bij de ‘wintertellingen’ steeds zo veel mogelijk voorrang en dat wordt in dit geval mooi zichtbaar aan de telresultaten, zoals we hierna zullen zien. Tot dusverre zijn 4063 vogels doorgegeven, op 9,6 km2 (27 kavels). Het aantal aangetroffen soorten bedraagt 80! Het weer was niet helemaal op z’n gunstigst (er was soms veel wind) maar de totaalscore kwam desondanks bovengemiddeld uit.

foto Canadese ganzen
Canadese Ganzen (foto: Jan Westgeest)

De Grote Canadese gans trekt deze telling misschien wel de meeste aandacht. In slechts één kavel (91) waren er zó veel dat daar besloten is een -redelijke- schatting van het aantal door te geven: 110. Zou deze exoot tot een heroplevende discussie gaan leiden? De ietwat scheve verhouding van de oppervlakten van kavels met en zonder open water kan voorts hebben geleid tot de relatief hoge dichtheden van Tafeleend, Kuifeend en Meerkoet. Maar ook enkele bijzondere soorten, te vinden op of in de buurt van water, zijn bij deze telling aangetroffen, of misschien moet ik wel zeggen “aan komen waaien”: een drietal Geoorde futen in kavel 33, een paar Wilde zwanen in kavel 77 en - altijd leuk - vijf Baardmannetjes, 2 in kavel 1B en 3 in kavel 2. De dichtheden van Nonnetjes en Grote zaagbekken waren eveneens opvallend hoog. Verder is vermeldenswaard dat er veel Watersnippen zijn waargenomen; die kunnen zich overigens in deze tijd van het jaar best ook in zgn. ‘droge’ kavels ophouden.

Van de niet zozeer aan water gebonden vogelsoorten viel de Boomleeuwerik misschien wel het sterkst op. De gemiddelde dichtheid van deze soort in december is 0,7 per km²; nu was deze meer dan het dubbele. Misschien proberen er meer individuen te blijven overwinteren. Van de Koperwieken daarentegen is de dichtheid juist opvallend laag te noemen: minder dan 1 per km². Moeten we spreken van een seizoen met voedseltekort voor deze soort? Of blijft hij in toenemende mate achter in noordoostelijker contreien?

grafiek_ekster_klein
Het verloop van de dichtheid van de Ekster (in aantal/km²) in de herfst-/winterseizoenen van de afgelopen tien jaar en de derdegraads polynoom daarbij.
Trouwens ook de Merel en de kraaiensoorten (Zwarte kraai, Ekster en Kauw) toonden hun laagste maanddichtheden van de afgelopen jaren. Het verhaal van de Merel is bekend [Usutuvirus] en de Kauw kan per telronde sterk in aantal wisselen, afhankelijk van welke kavels wel en niet worden geteld. De Zwarte kraai en de Ekster [zie grafiek] vertoonden in de laatste tien jaar in dichtheid een dalende tendens, maar zij lijken zich nu te gaan stabiliseren. Wel is er weer een Raaf gesignaleerd (kavel 10/12/76).

Voor bijzondere vermeldingen (buiten enkele reeds genoemde soorten) stel ik tot slot nog de volgende vondsten voor: de ene Brilduiker in kavel 2, het Waterhoen in kavel 3, de Scholekster in kavel 91, de Witgat in kavel 74, de IJsvogels in de kavels 1B, 14 en 45, de Grote gele kwikstaart in kavel 62, de Witte kwikstaart in kavel 7, de Klapekster in kavel 13 en de twee Zwarte mezen in kavel 77, een bont allegaartje. 


Graag bedank ik namens het gehele bestuur van de VWG-Meijendel alle tellers voor alweer een jaar inspanningen met fraaie resultaten en wens ik allen fijne feestdagen en een gezond, gelukkig en vogelrijk 2020 toe! Ook dank ik graag de medelezers van alle telverslagjes en de webmasters voor hun hulp. En natuurlijk: voor hen dezelfde goede wensen!

Jan Westgeest (westgeest.jan@gmail.com)

Wintertelling aantallen per soort

Open in ExcelOpen als pdf


Openen in Excel biedt sorteermogelijkheden

naar boven