Home page Zoeken
top

VWG-Meijendel arrow Nieuws

(21-10-2014)

Oktobertelling 2014: Bladkoningen, Velduil, bijna geen koperwieken


Was dit werkelijk een oktobertelling? Relatief vroeg in de maand, bij stralend weer in een vrij manifeste nazomer, leverde de oktobertelling eigenlijk best bijzondere telresultaten op: 6 dichtheidsrecords, relatief veel Merels, Zanglijsters, Roodborsten, Pimpel- en Koolmezen maar (nog) vrijwel geen Koperwieken en Kramsvogels. Gegevens van 21 kavels en in totaal 71 soorten.

In kavel 32 liet een Velduil zich zien.

In kavel 65 zijn deze keer twee Bladkoningen gesignaleerd! Deze soort wordt in de herfst vrijwel jaarlijks in Meijendel gemeld (op waarneming.nl) en af en toe gevangen in het ringstation (o.a. drie in 2007, vier in 2008 en dit jaar tot nu toe zelfs negen! SOVON meldde op 9 oktober al: “Het regent Bladkoningen”), maar tijdens de herfst-/wintertellingen was de soort voor het laatst in 2005 doorgegeven en wel: eentje in kavel 54A. Een andere fraaie waarneming in oktober was de Velduil in kavel 32. In september hield er een zich in kavel 17A op (zie septemberverslag).

Zes dichtheidsrecords
In totaal leidde deze oktobermaand tot zes dichtheidsrecords (let wel: over alle herfst-/ wintermaanden in de afgelopen tien jaar!): voor de Fuut, Waterral, Witte kwikstaart, Grote lijster, die (ene) Bladkoning (in 2005 was de geïnventariseerde oppervlakte iets groter!) en de Staartmees. En het scheelde maar heel weinig of daar was de IJsvogel nog bijgekomen. Hiervan zijn er nu 4 gevonden: de drie individuen van de septembertelling bleken nog op hun plek en in kavel 74 is er een vierde bijgekomen. In september 2007 waren er ook 4, maar toen op een kleinere oppervlakte dan nu (dus de dichtheid was toen iets groter). Overigens is enige relativering bij al deze records wel op z’n plaats: het gaat enkel om soorten die niet in echt grote aantallen voorkomen.

Het verloop van de gemiddelde dichtheid van de Koperwiek in Meijendel tijdens wintertellingen in de afgelopen 10 jaren en de gevonden dichtheid in oktober 2014 (in aantal per km²).

Waarschijnlijk is de trek van de Kramsvogels en de Koperwieken, die ons vanuit NO-richting opzoeken, wat opgehouden of vertraagd (wellicht door de weersomstandigheden op de plaats van vertrek of onderweg). Want in 2013 en in 2007 vonden de oktobertellingen ook al betrekkelijk vroeg in de maand plaats, maar toen waren de gevonden dichtheden in Meijendel al aanzienlijk hoger dan dit jaar. Van hun afwezigheid nu weten de Merels en de Zanglijsters kennelijk te profiteren; zij waren deze keer in grote aantallen van het aanwezige voedsel aan het genieten.

Roodborsten wél vroeg
De Roodborsten zijn duidelijk wél al vroeg aan hun trek vanuit het noorden begonnen: hun oktoberdichtheid was ongeëvenaard. Alleen in de maand november vinden we er af en toe meer. Wat de mezen (Staart-, Pimpel- en Kool-) betreft: er zijn in de afgelopen telronde relatief grote aantallen gemeld (anderhalf tot bijna twee maal de gemiddelde dichtheid in oktober), maar voor een deel is dit toe te schrijven aan de start met tellen in kavel 65, een kavel dat kennelijk bijzonder rijk is aan deze mezensoorten.

Tot slot nog enkele eervolle vermeldingen? De keuze valt dan op: de Oeverloper in ‘combikavel' 10/12/76 en de Kleine bonte specht in kavel 2. Maar ook de Kuifmees en de Zwarte mees in kavel 71 dingen ditmaal naar deze prijs.

Jan Westgeest

westgeest.jan@gmail.com

naar boven