Home page Zoeken
top

VWG-Meijendel arrow Nieuws

(1-5-2014)

Dioxine mogelijk oorzaak van verdwijnen Tapuit uit het duin


Door het hoge dioxinegehalte in prooidieren groeien embryo’s in eieren van Tapuiten mismaakt uit. De eieren komen vervolgens niet uit. Dit blijkt uit onderzoek van Stichting Bargerveen.

Tot 30 % van de tapuiteneieren komt niet uit en bij alle vogelsoorten treden embryonale afwijkingen op. Dit zijn effecten die door dioxines veroorzaakt kunnen worden. Andere vogels die in natuurgebieden prooidieren uit de bodem pikken, lopen tegen hetzelfde probleem aan. De Graspieper is daar een goed voorbeeld van. Onderzochte eieren van Graspiepers toonden dezelfde afwijkingen als die bij de Tapuit. Beide soorten eten veel larven die in de bodem leven. Deze larven knagen aan plantenwortels, waarin relatief veel dioxine is te vinden. De dioxine is daar terechtgekomen via de lucht, die de verbrandingsstoffen van de industrie meeneemt. De larven slaan de dioxine op, die zich vervolgens ophoopt in de vogels.

In Meijendel is de Tapuit als broedvogel vrijwel verdwenen en is hij alleen in voor- en najaar nog tijdens de trek te zien. Sinds eind jaren ’80 van de vorige eeuw is het bergafwaarts gegaan met de broedvogelstand in Meijendel.

Stichting Bargerveen doet al jaren onderzoek naar de Tapuit, in samenwerking met Sovon. Het volledige rapport over het effect van dioxines op Tapuiten is te downloaden via de website van Stichting Bargerveen.

Sovon, Stichting Bargerveen, Vogelbescherming NL, gesteund door het Kennisnetwerk Ontwikkeling en Beheer Natuurkwaliteit (OBN), hebben onlangs de kennis gebundeld die nodig is om de Tapuit te beschermen. De gebundelde kennis is in een fraaie brochure verschenen. Zo wordt terreinbeheerders, die zelf ook aan het tapuitenonderzoek hebben bijgedragen, handvatten gegeven voor effectief beheer van het leefgebied van de Tapuit. Maar deze kennis is nu ook beschikbaar gesteld om andere partijen en natuurbeschermers te motiveren tot acties.

Bron: Sovon